30. Terug naar de kust
So these two? zegt de winkelbediende van Liquorland, Drankland. Dat is dan 26 dollar. 14 Euro voor 2 pakken Australische wijn wit en rood van vier liter elk. Good and it's cheap too, goed en nog goedkoop ook, zegt lachend een jonge man, die ook klant is. Ja, zeg ik en ik kan maar beter veel kopen want ik ga naar Magnetic Island, maar gelukkig zijn de wetten niet zo erg als in de Northern Territory in Alice Springs, mag je maar een pak van twee liter kopen.
Klinkt als een hele rit, dus je komt van Alice Springs, zegt de winkelbediende. Zeker weten ver, maar ik kwam van nog verder vanaf Adelaide en ik ben na twee weken blij dat ik door de woestijn ben en de zee zie, eindelijk water. Een koele witte wijn zo buiten vind ik wel lekker. Okay, maar ik ga verder, bye. Cheers, mate, roepen ze me lachend na.

We vallen met onze neus in de boter het is Sunday Night op de Bungalow Koala Village op Magnetic Island, youthhostel en camping heeft Live Music Tonight. Vanaf zes uur horen de band al spelen terwijl we een beetje rondsloffen en eten op het vrijwel lege kampeerterrein met ook vele beter bezette simpele huisjes. Wel tentjes, geen campers. Op de meeste eilanden voor de kust van tropisch Queensland kan je niet met eigen vervoer komen, hier kan het wel en zelfs met je camper als je wil. Echter, ik denk niet dat veel mensen het weten.
De band speelt van zes tot negen in het ‘openluchtcafe' van de jeugdherberg, vroeg naar bed hier. De driemansformatie met bierbuik in bermudabroek en gympjes heeft haar sporen verdiend in kroegen en op partijen, vermoed ik. Op de vraag of er 'Poms (Engelsen) in the audience 'zitten, begint het halve publiek te joelen. Zeer veel dus, meestal werkende jonge toeristen, die nu lekker even niet werken maar reizen.
Ondanks hun voornamelijk Rockrepertoire spelen ze een spetterende Dancing Queen van Abba. En dan moet er van het publiek reggae gespeeld worden, en dat is dan van de grote Bob Marley, de muziek die als een wereldomvattende hymne alle tropische stranden met elkaar verbindt. Het publiek gaat helemaal los. De boeren en buitenlui, ook voor de lokale mensen uit Horse Shoebay is het een uitje, onze jeugdherberg/camping is de enige plek waar wat loos is.

We zijn na de reis in oostelijke richting, vanaf Tennant Creek, de zee bij Townsville tegengekomen. Dit is de grootste tropische stad van Australië, honderdduizend mensen, een aanzienlijk aantal voor een Australische stad.
Onderweg door de woestijn, noordelijk na Alice Springs, passeerde we de Tropic of Capricorn, de Steenbokskeerkring. Het gebied tussen deze keerkring en de Kreefstskeerkring op het Noordelijk Halfrond zijn de tropen. De zon komt op iedere plaats hiertussen op zijn hoogste punt twee maal per jaar langs, het is er heet en vochtig.
Bij Mount Isa een mijnbouwstad in Queensland wordt het al wat leefbaarder en groener. Wat de kinderen een mooi verhaal vinden en wat we in Uluru hoorden, en wat ze graag aan Nederlanders onderweg vertellen, is dat er in Mt Isa een man een krokodil aanreed. Mount Isa ligt 1000 kilometer landinwaarts, maar de overstromingen waren dusdanig dat het beest waarschijnlijk uit de kustgebieden is verdwaald of meegesleurd is door al dat water. Nu we er rijden is alles groen, vind je notabene water in de kreken en heeft men de weg hersteld of is bezig.

In Mount Isa bezoeken we de School of the Air waar Dewi haar stukje over gaat. Deze school is ook bijzonder, omdat ze kinderen muziekles, ook in het bespelen van een instrument via de telefoon geven. En met goed gevolg, want er valt regelmatig eentje in de prijzen bij allerlei muzikale concoursen.
Magnetic Eiland is alweer een eiland als een cadeau, kan het vasteland, droog en intimiderend groot zijn, de eilanden brengen het weer naar een kleiner misschien wel gezelliger niveau.
De Koalavillage, waar een heel educatieve rondleiding wordt gegeven en je ook echt de dieren kan aanraken of om je nek kan hangen. Dewi en Isabel vinden het allemaal geweldig, i.t.t een enge spin in het dagelijkse leven van een paar millimeter groot. Ra, ra welk dier kan je om je nek hangen?

Of een grote kaketoe met een grote bijtsnavel die een zonnebloempit tussen je lippen weghaalt en het dan met zijn tong en snavel in een paar luttele seconden openmaakt. In de middag komt een hele zwerm Rainbow lorakeet, de regenboogparkiet, langs om gevoederd te worden en ze klimmen bovenop de bezoekers.
In de baai van Horseshoe Bay laat een vriendelijke vrouw ons zien dat de ruggen en vinnen die we kunnen zien, die van manta rays, duivelsroggen van drie meter breed zijn die op jacht zijn naar visjes.
Je zou bijna vergeten dat er iets is. Ga niet zwemmen! Tenzij in een stuk water met netten beveiligd of in een wetsuit, echter zelfs dan loop je nog risico. In deze wateren leeft de box-jellyfish oftewel de seawasp, de zeewesp, een kwal, die dodelijk kan zijn.
Een slang in het paradijs.
Kids Diary: School of the Air
Geschreven door Dewi
Vandaag gaan we naar School of the air. We rijden eerst er langs of het wel open is, omdat het laag-seizoen is. Gelukkig is het wel open. We kunnen nu nog even naar de supermarkt.

We zijn weer terug. Nu krijgen we een rondleiding. De mevrouw laat platen zien die op de muren zijn geplakt. Op één plaat staan foto's van kinderen die in de outback aan het leren zijn. Op één foto zit een jongen met een bureau te leren in the middle of no where. Er zijn ook scouts of the air.

Iedereen gaat elk jaar op kamp. In het laatste jaar op school gaan de leerlingen op kamp naar Canberra en daar moeten de leerlingen zelf geld voor verdienen.
School of the air is een school via de radio. Kinderen die wonen in de outback en waar geen school dichtbij is mogen mee doen met School of the air. De juf geeft 30 minuten les aan een klasje van 8 kinderen. Daar na moeten de kinderen zelfstandig werken.

De kinderen zien elkaar alleen tijdens de activiteiten dagen. Daar voor moeten ze ver voor rijden. Door de overstromingen konden sommige kinderen niet naar de activiteiten dagen. Dat is heel jammer, want dan kunnen ze heel lang hun vriendjes niet zien.
29. In het rode hart
Het vreemde is hoe welvarender een land hoe moeilijker en duurder het is om het internet op te komen. In de leegte van het woestijnachtige binnenland kan je vaak met je mobiele telefoon ook niet terecht. Je praat over stukken van een dag rijden, Tenant Creek naar Mount Isa in Queensland van 688 echte lege kilometers, waarin we werden ingehaald door vier auto's en twee roadtrains, gigantische opleggers met drie of twee aanhangwagens eraan. Ze kunnen tot vijftig meter lang zijn en je kan maar beter opzij gaan.

Op deze stille 'snelweg' keren we dan ook regelmatig om als we wat interessants denken te hebben gezien. Wel even kijken uiteraard, roadtrains heten niet voor niets roadtrains. Hé, ik zie een goanna (soort varaan). Waar? Okay we kijken even. En dan sukkelen we doodgemoederd terug en kijken. Soms maken we een foto.
Leefden we in de illusie dat de beroemde rode rots Uluru, met de Engelse naam Ayers Rock, naast de Noord-Zuid verbinding de Stuart Highway ligt, dan kwamen we lichtelijk bedrogen uit. Je moet maar liefst een ommetje van 250 km heen en nogeens terug maken. We gokken het een beetje, want het is laat in de middag, redden we het nog voor het donker? Rijden in het donker wordt ten zeerste afgeraden met het oog op overstekend wild. Dewi en Isabel vinden het prima, vooral Dewi, die wil graag door naar Uluru. Bij Erldunda is de aftakking van de hoofdweg. De man aan de kassa van de roadhouse in Erldunda, dat wil zeggen sort-of-cafe-restaurant-benzinepomp-camping-motel, heeft niet geheel objectieve informatie. Ze hebben daar ook een camping en ze willen je uiteraard een nachtje houden. 'Nee, je moet de hele weg doorkachelen tot Uluru en ze hebben geen stroom. Bovendien hebben we een zwembad'. Hetgeen niet helemaal waar is, er zijn niet een maar twee campings met stroom.

Zolang we rijden hebben we airco in de auto, en dat maakt het op weg zijn vaak prettiger dan stoppen bij temperaturen die makkelijk boven de 36 liggen. Het is koel vertelt men ons, lekker want vorige week was het nog 47. Alweer heb ik het over het weer, het lijkt wel Nederland.
We zijn toch wat gewend, we hebben zelfs jarenlang op een ook niet al te koude plek als Aruba gewoond en we komen net uit Indonesië, Thailand en Maleisië. Echter daar is er altijd een escape, er is wind, er is zee, er zijn koele berggebieden vlakbij, een hotelkamer met airco. Zelfs Death Valley, de heetste plek van de Verenigde Staten, heeft hoge bergen niet verder dan een halve dagreis verder.
Australië is een heel oud continent van meer dan een miljard jaar oud en het is dan ook heel erg afgesleten, alleen de allerhardste rotsen zijn er nog. Echt hoge scherpe bergmassieven zijn er niet. Dus verkoelende hogere streken zal je tevergeefs zoeken in het centrum. Een troost is, de nachten zijn er vrij koel.
Uluru is een stuk van een gegolfde steenlaag van kilometers lang, dat net boven het aardoppervlak omhoog komt. De rest van de andere aardlagen is weggeërodeerd en dit is er over, een stuk rots dat harder was. De Olgas, oftewel Kata Tjuta, is in feite hetzelfde verhaal, de steen is alleen van een iets andere soort, aanvankelijk in hoekige brokken gespleten die boven de grond meer afgesleten, zodat je diverse ronde rotsen krijgt.

Bij de Olgas kan je wat wandelingen maken, en we doen er eentje net tussen de tourgroepen door, zodat we de route voor onszelf hebben. Bij de groepen toeristen dragen velen hoofdnetjes tegen de vliegen. Isabel en Dewi huppelen vrolijk door, Dewi in elk geval en Isa vindt het maar zo-zo, lopen met deze warmte. Ze klagen nooit over de vliegen, zouden kinderen minder last hebben? Ik gebruik nog een hempje als geïmproviseerde anti-vliegenhoofddoek, onder mijn pet. Vliegen in de oren, brr.
De rotsen torenen boven je uit en zijn bloempotkleurig bruin-rood en de lucht is helblauw. Dit is de enige plek van enige hoogte, buiten Uluru, je kijkt over de vlakte , die begroeit is met struiken en lage bomen. Als een polder zo vlak, misschien gaat hij helemaal door tot West-Australië.
Bij Uluru is het informatiecentrum, waarvan een groot gedeelte gericht is op de cultuur van de Aboriginal stam wiens thuisland dit is, de Anangu. Hun manier van leven met de natuurlijke middelen die de woestijn hun aanreikt is er te bekijken. Ze zien zich als hoeders van het land, de aarde. Het was nooit makkelijk, om uit deze woestijn elke dag aan eten te kunnen komen, het vereist grote kennis en kunde. Je zal zelfs struiken blad voor blad moeten aflikken om aan het zoet wat bladluizen achterlaten te komen.
Of een speer met een speergooier een honderd meter ver en precies kunnen slingeren om een kangaroe te treffen. Ze houden het op die manier al 50.000 jaar vol. Maar de moderne wereld komt met andere problemen en verlokkingen.

Bij het tanken in het perfecte accommodatiecomplex van camping tot resorthotel van Uluru staat er op de pomp onder het woord unleaded 'non sniffable fuel'. Niet opsnuifbare benzine. Andere tankstations in deze regio hebben een soortgelijke tekst bij de unleaded, zie ik later. Mmm, bedoelen ze dat de superpremium beter is, voor dit soort oneigenlijk gebruik?
Australië heeft een probleem, een levensgroot integratieprobleem. Alice Springs is de grootste stad, een metropool voor het hart van Australië, 20.000 inwoners, 1500 km van welke staatshoofdstad dan ook. De volgende dag krijgen we een klein beetje te zien van een van de uitwassen van het probleem in Alice Springs, overal langs de weg zie je mensen lopen, hele zwarte mensen of ze zitten onder een boom of een struik. Blanke Australiers lopen niet om zich te verplaatsen in de woestijn, dit zijn Aboriginals.
In the Northern Territory is een op de vier van Aboriginal afkomst, terwijl twee procent van de hele bevolking dit is. Als toerist aan de Oostkust of het Zuiden hoef je in feite niets van deze bewoners te merken, behalve dan dat je leuke kunstnijverheidsprodukten kan kopen en wat verwijzingen in musea en boeken. Dan lijkt het net of ze niet bestaan en niet dat het om een bevolkingsgroep gaat, waar het absoluut niet goed mee gaat.

Bij het kopen van drank stuit ik op de drankwetten van de staat, the Northern Territory. Uit de kast met rolluiken kan ik of een fles port of een pak van maximaal twee liter wijn kopen. Flessen wijn mag ik naar hartelust kopen, desnoods een vrachtwagen vol. Het duurt een tijdje voor ik de procedure door heb, legitimatie die wordt vastgelegd bij de kassa. Een Australische heer en de winkelbediende zijn het roerend met elkaar eens dat het stomme wetten zijn die geen fluit helpen, maar het is de wet. Lijkt me ook, merken we later. Het loopt tegen sluitingstijd, wat schemerig en we lopen naar de auto. Op de parkeerplaats van het grote winkelcentrum lopen opeens veel aboriginals rond sommige compleet onder invloed van wat dan ook. Men schreeuwt, staat heftig te gebaren, een man staat verwezen te bedelen. Kortom, lang genoeg in de grote stad gewoond, dit lijkt wel junkengedrag. De kinderen worden bang en we vertrekken dan ook zo snel mogelijk.
Alcohol is overigens zo wie zo een groot probleem in Australië, ook onder de jeugd, maar bij de oorspronkelijke bevolking een reuzeprobleem. Ik vermeld ook even dat in 1960 nauwelijks een Aboriginal land bezat, het tot 1962 duurde voor ze stemrecht kregen notabene in een democratisch land. Er is nog veel meer treurigmakende statistiek te vermelden over levensverwachting, kindersterfte, ondervoeding etc. maar ik laat het hierbij.
Een van de rijkste landen van de wereld krijgt het niet voor elkaar om haar oorspronkelijke bewoners te betrekken bij haar maatschappij, alle goede bedoelingen en pogingen goedschiks of kwaadschiks ten spijt.

's Avonds kijken we naar de zonsondergang over Uluru, die de rots in veranderende kleuren zet zoals al een miljard jaren gebeurd en zeker nog zal gebeuren. Zal de huidige Westerse manier het op haar manier 50.000 jaar volhouden.....
28. De woestijn in
De dagen van de week, soms zijn we het even kwijt. Gelukkig houden we min of meer een schoolweek aan. Hier zitten we vlak bij de grote rode rots-berg Uluru, in het centrum van Australië, na al die kilometers is er het besef dat we het over een land en continent hebben. Tweeduizend kilometers noordelijk van Kangaroo Island zitten we al.
Ons doel daarna was het Flinders Ranges National Park in de bijbehorende bergketen, niet zo ver vanaf Port Augusta onze bestemming na Kangaroo Island. De afstand is 'slechts' 180 km, dus we waren er vroeg en konden nog een flinke hike met de kids maken 7,8 km wat ze vrolijk liepen. Heel leuk waren de kangaroes en emoe's en verwilderde geiten die we tegenkwamen. De kangaroe hier is de Euro, jawel hij bestaat, hij is medium size en grijs. Dewi vraagt 'waarom is hier een hek voor de toilet en een rooster op de grond?' Nou anders komen de kangaroes naar binnen.

Er is hier een natuurlijk amfitheater omringd door bergen, Wilpena Pound, het is een soort verborgen groene vallei, alle water vloeit naar de vallei, want de rest eromheen is gortdroog. Quite special. Mooist vanuit een vliegtuig eigenlijk, dan heb je het overzicht over de hele vallei. Er zijn kampvuurplekken, maar je mag nergens vuur maken, vanwege de grote droogte. De nachten zijn verbazingwekkend koel.
De droogte en de schaarste aan water beheersen het nieuws en in feite de daaruitvoortvloeiende bosbranden. In Melbourne was er een grote rouwmanifestatie een week geleden voor de slachtoffers van de bosbranden, collecte bussen bij de supermarkten, het is een nationale ramp zeker in Zuid Australië.
Weinig mensen op de campgrounds, het is na de grote schoolvakantie, veel Australische gepensioneerden met caravan en grote jeeps ervoor. Op de camping in Port Augusta zelfs meer SUV's, dan gewone campers of auto's. De campers die je ziet zijn meestal huurkampers en er zitten Europeanen in.
Vanaf zeg maar Kangaroo Island verder in noordelijke richting tot aan Coober Pedy, blijft het oppassen met dieren op de weg. Hoe weet je dat, nou aan het aantal (verse) dode langs de weg? Vooral kangaroes, ook al helpt het door 's avonds niet te rijden, het betekent niet dat ze er overdag niet zijn. Zelf bijna ook een flinke kangaroe geraakt, overdag komende uit het park van de Flinders Ranges terug naar Port Augusta. Het beest kwam zo uit de bosjes, we gingen er vlak langs.

Na Port Augusta waar nog zee is, en wat ik zelfs na twee keer er geweest te zijn zelfs een leuk stadje begin te vinden, begint de woestijn. Er is tenminste iets te doen, je kunt er zwemmen en vissen. Een immense supermarkt waar je vrijwel alles kunt kopen is altijd prettig en een aanbeveling. Van daaraf begint het binnenland en dat betekent geen water, ook geen zout water, hitte en een overdadig dierenleven waarvan sommige zes poten en vleugels hebben.
Woomera, na de eerste dag, is een plek die meedingt naar de titel, verschrikkelijkste plek op aarde. Eerst een testbasis voor raketten tot in de jaren vijftig, daarna een controversieel immigratie detentie centrum. Ik weet niet of dat nog zo is, mijn Explore Australia, New Edition uit de ramsj is van 2003. Het is echter nog steeds erg voor iedereen.
Nooit geweten dat het zo hard kan waaien in Australië, best veel wind, geen muggen, maar... Voor het eerst de beruchte flies op het gezicht en waar ik niet aan kan wennen, in de oren. De helse hitte in de camper is te prefereren boven deze vliegen. Geluk is met ons, het is zwaar bewolkt en het regent zelfs af en toe de volgende dag.
Officiële bezienswaardigheden zijn er niet al teveel landinwaarts en dat maakt de boel overzichtelijk. Er zijn voor ons niet al teveel criteria. Hoe ver is het en gaat er een geasfalteerde weg naartoe? Onverhard, nou dan gaat het over, de vering is stug, de pannen rammelen en alles trilt. Fluisterend beweer ik nu, stel je voor dat er echte afficionado's van off-the-road Australië meelezen, dat de woestijn er vijf of vijftig kilometer van een dirt-track gezien er hetzelfde uitziet.

Iedereen heeft het eigenlijk gezien, maar velen zullen het niet beseft hebben. Doet Mad Max, The Road Warrior (ongeveer 1980) een belletje rinkelen? Niemand weet wie in die tijd minister-president van Nederland was, laat staan van Australië. Maar Mad Max!! Wat Turks Fruit ooit deed voor de Nederlandse film, deed deze film voor de Australische. Mad Max (Mel Gibson) rijdt, scheurt in zijn Dodge in een desolaat landschap rond in een toekomstige wereld rond op zoek naar schaarse benzine. Geen list ,laag, moord en doodslag wordt geschuwd om het schaarse goedje te bemachtigen. Voor de Australische acteur Mel Gibson en de regisseur Peter Weir werd dit hun internationale doorbraak en voor Australië was dit het begin van hun levering van filmisch talent. Nicole Kidman, ieder blad wat ik hier in keukens, waslokalen van de campings opensla, heeft het over 'la Kidman'.

De achtergrond van Mad Max wordt gevormd door Coober Pedy en omgeving. Het is werkelijk zo in the Opal Capital of the World, zo onthutsend bouwputachtig, stoffig en heet en zo.... Ja, zo spuuglelijk uniek, dat het op de monumentenlijst moet voor mij. Overal mijnpuin in bergjes, verroeste machines en oude wrakken van auto's. Lopen over de mijnconcessies is ook nog eens levensgevaarlijk vanwege de vele schachten. Men wordt gewaarschuwd en het is uiteraard typisch Australië verboden, weet u nog de verboden op de campings? Nou, dat geldt voor alles en ook hier zijn er bordjes voor.
Opalen, daar is het hier om te doen, er heerst hier geen goud, maar opaalkoorts en dat al heel lang sinds 1915. We raken zelf ook een beetje besmet. De goudzoekersexpeditie, die ze per ongeluk vond had geluk, ze werden gered door een regenbui, water is bijna zeldzamer dan opalen hier.
Opalen zijn mooie stenen. Het heeft iets weg van paarlemoer en er kunnen verschillende kleuren inzitten. Het effect is bij mij wat gedevalueerd, doordat er formica-achtig kunststof is dat ook een beetje dat effect heeft, maar een goede opaal is prachtig en uniek. Net zoiets dat je door alle hamburgers niet meer weet hoe een echte biefstuk smaakt.
De Australische dame van Opalios, een opal-shop, begint de kinderen al gelijk gepolijste sierstenen o.a. jade te geven, later krijgen ze ook boekjes en nog meer stukjes steen. Ze is van Griekse afkomst en woont hier al veertig jaar. Ze woonde vroeger met haar gezin in een oude bus, later is ze begonnen de stenen te bewerken met het edelsmeedwerk. Man en zoonlief zijn nog steeds actieve 'miners'.

Er zijn geen grote bedrijven actief in de opaalwinning, de opbrengsten zijn onvoorspelbaar misschien enkelen die met elkaar samenwerken om de kosten te delen. Het is een bezigheid van vrijbuiters, gelukzoekers en geen keuze hebben, in dit plaatsje van drieduizend mensen zijn er veertig nationaliteiten. Een cosmopolitische samenleving op een helse plek.
Men graaft in de lagen waar mogelijk opaal is en in dat puin zoekt men op het oog naar opaal. Simpel, graven, hakken en kijken. Nu gebruikt men grote stofzuigerachtige machines, maar evengoed kan het nog zoals vroeger, een pikhouweel en een emmer met touw om het puin naar boven te halen. Gebeurt ook, want de dieselkosten voor de machines rijzen tegenwoordig de pan uit.
De meiden krijgen ook nog een boomerang van haar, uiteraard verlaten we het pand niet met lege handen. Een opaals waarde wordt buiten de grootte bepaald door het uiterlijk, de variatie aan schittering en kleur, 'the fire inside'. Van enkele euro's tot duizenden euro's, echt en allemaal in Worlds Opal Capital te koop.
Cash zoals alles hier, er wordt uiteraard weinig belasting betaald. Ik koop een forse steen als presse-papier met een dunne laag opaal erop, de rest is 'brownstone'. Uniek van uiterlijk, betaalbaar en honderden miljoenen jaren oud. Een uniek souvenier.

Als tourist mag je bij sommige musea of op oude puinstortplaatsen ook 'noodlen', zelf naar overgeslagen stukjes opaal zoeken. Dit is Isabels grote wens hier, maar we vinden niets, dan hadden we meer geluk gewoon langs de weg, waar we een paar stukjes vinden.
Er zijn wel wat musea, oude mijnen met ook nog een ondergronds huis, waar velen nu nog in wonen. De gids van het Umaroo mijnmuseum claimt dat 70% nog in een grotwoning woont, maar dat geloven we niet, er zijn veel gewone huizen. In zo'n huis ondergronds is het continu 24 graden. Wel zo prettig, want het klimaat is bar. Het record is 57 graden, 6 dagen achterheen, en nachten kunnen koud zijn -4 graden.
Men maakte zelf explosieven 20 jaar geleden voor in de mijnen, zondagavond was 'bombnight', dan knutselde de familie de explosieven voor de volgende werkweek bij elkaar. Uiteraard blies men in dit anarchistische oord vol individualisten weleens uit onvrede wat op. Twee maal het politiebureau en een maal de krant, omdat ze de tijden van Startrek op TV verkeerd vermeldden vertelt de gids ons.
Coober Pedy, 'witte man's holen' in de lokale aboriginal taal, verlaten we net als Mad Max over de weg, in ons vehicle tussen de puinheuvels door, op zoek naar de immer schaarser en duurder wordende benzine in de hitte en de leegte van het binnenland.
Kids Diary: de koala van Isabel
Mijn koala

Mijn koala heet sparkie.
Hij is lief.
Hij leeft niet in het bos.
Hij is heel sagt.
Sparkie is mijn koala knuffel.
Van isabel
27. Eilandje?
Tweeënveertig graden Celsius wijst de zakthermometer, dat we dit mogen meemaken, daar moet je echt wel Nederland voor uit. We zijn op een van de mooiste stranden van Australia geweest volgens de Sydney University Evaluatie. Vivonne Bay, nog geen tien mensen erop, waarvan de helft surfers, zandstrand met glashelder water. Door het water en de wind heb je niet in de gaten dat het zo warm is, het is ook geen vochtige hitte. Je droogt vanzelf op, met zout op je huid.

Little Sahara, een zandduin, waar je met een snowboard vanaf kunt, hebben we benaderd maar niet beklommen. Isabel en Roos sjouwen nog ietsje verder vooruit om foto's te maken, terwijl Dewi en ik het wel mooi vinden en dekking zoeken in de schaduw van wat lage eucalyptusstruiken.
In een kreekje vangen we nog wat vissen met brood en een handlijntje, waarbij de mieren op de oever groot zijn, pijnlijk bijten en een grote actieradius hebben, een paar stapjes opzij is dus niet genoeg.
Ons rondje over het terrein, en nabijgelegen land van de camping vlakbij Flinders Chase National Park na het eten, laat ons weer tientallen wallabies zien. Isabel, onze top kangaroe-spotter, ziet ze zoals gebruikelijk het eerst, de must-see twee grote joekels van kangaroes die lui op het gras liggen en ons op een metertje of drie laten passeren. De grey kangaroe. Even verderop loopt er de mierenegel, Isabels stekelvarken, een bijzonder beest, legt eieren en zoogt haar jongen. Ook deze gaat uitgebreid op de foto en laat ons begaan.
Nu lopen er door het pikkedonker wallabies, voor de deskundige Tammar wallabies, rond ons. 's Avonds duiken ze op naast je stoel. Vanavond zat er een met zijn natte snoet tegen mijn hand. Of je hoort een geluid van een rennend persoon. Ik krijg er een beetje de kriebels van.

Over welke plek gaat dit dan allemaal? Dit is dan Kangaroo Island, 200 kilometer zuidelijk van Adelaide en nog redelijk in natuurlijke staat, eenderde is beschermd en er wonen 5000 mensen. Het dierenleven heeft zich ook redelijk ongestoord kunnen ontwikkelen, want er zijn nooit ingevoerde wilde dieren geweest, zoals op het vasteland. Het is alleen wel wat groter dan een Waddeneiland; 150 bij 50 kilometer.
Roos zei, leuk voor de meiden er zijn veel wilde dieren, kunnen ze koala's zien. Laten we naar Kangeroe Island gaan. De levende troetelbeertjes hebben we acuut gezien bij aankomst op de camping. De dame van de camping zei, kom maar mee. Hier in deze boom en die. Rond vijf / zes uur beginnen ze te bewegen, worden ze wakker. Ze slapen twintig uur per dag, en als je ze dan eindelijk ziet bewegen, denk je, nou wat een gestuntel, ik klim nog beter bomen. Ze zijn leuk om te zien maar behoorlijk sacherijnig zegt men, kunnen behoorlijk bijten. Isabel droomt van ze, ‘s avonds hoorden we: 'Hier, daar zijn koala's!'
Seal Bay Conservation Park is een stuk beschermd strand waar je absoluut niet op mag zonder gids, er zitten hier een 600 stuks Australische zeeleeuwen. Niet geheel onterecht, want om een vol hormoonagressie, het is paartijd, zittend verstoord mannetje van 400 kilo achter je aan te krijgen met 15 km/uur door het mulle zand, maakt je al gauw tot bedreigde diersoort. Vrouwtjes zijn maar een honderd kilo.

Maar het zijn de dieren en niet de mensen, die bescherming behoeven in deze baai waar ze hun jongen ter wereld brengen en sterven. Hun makke is dat ze eigenlijk niet zulke grote viseters zijn, ze houden meer van luxe, schelpdieren en kreeften, wat een grote industrie is aan de Zuidkust. De slimsten zijn vaak het haasje, omdat ze in de kreeftenvallen vast komen te zitten. Dus het probleem is in feite ruimtegebrek, de ruimte die ze moeten delen met kreeft-vissende-en-etende mensen.
Kingscote, de hoofdplaats(je) is de plek, waar je met enige zekerheid een pinguïn kan zien. De blue pinguïn, de little pinguïn, de kleinste van maar 35 cm. Hier doen de wat alternatieve dames van het Marine Center twee avondrondleidingen, ook geven ze een praatje over hun zeeaquarium. Ze hebben zelf een soort composteringstoilet, interesting.
Hun zeekat, een inktvis is een hele enge, zoals die tegen zijn spiegelbeeld tekeer gaat en een levend visje pijlsnel naar binnen werkt, heftig. Dit is biologische horror. Nu weet ik waar ze in de film Terminator 2 de koppen van monsters of in Pirates of the Caribean 2 vandaan hebben. Puur een uitvergrote, geagiteerde zeekat, cuttlefish. Brr, ik lust ze bijna niet meer.
We hebben onze langverwachte pinguïns gekregen, wat niet zeker was, omdat het na de rui en behoorlijk ver voor het broedseizoen is. We vinden het fantastisch dat jullie meer broedholen aanleggen met de centjes, maar toch zouden we heel graag een pinguïn willen zien. Eentje maar, please? Het worden er wel zes.
De pinguïns nu komen in feite zomaar aan wal, iets wat ze niet hoeven, ze blijven ook wel weken op zee, met de broed moeten ze wel. Ze kruipen dan in hun holen. Pinguïns zijn behoorlijk kwetsbaar, zowel op het land als op het water, en hun overlevingskansen zijn nu niet, je dat. Honden, auto's op het land, verlies van geschikte plekken en op zee o.a. haaien, zeeluipaarden, olie. Helaas geen foto's van de pinguins, flitsen mocht niet en er was alleen rood licht van een zaklantaarn.

Mocht je geen tijd hebben en toch vrijwel alle typisch Australische beesten van dichtbij en nauwelijks mensenschuw willen zien, ga dan naar Kangaroo Island en zeker naar de camping vlakbij van Flinders Chase National Park. Je hoeft in feite niet van het 550 ha. grote terrein af. Ze hebben zelfs een stuwmeertje wat vol zit met watervogels. Het lukt me eindelijk om een zeldzame zwarte kaketoe te fotograferen, ze vliegen daar in troepjes rond, net of ze niet zeldzaam zijn en zitten ook in de bomen met een beetje geluk.
Als ik Isabel voor het slapen vraag, en heb je een goede dag gehad? Zegt ze, 'zeker heb ik een goede dag gehad'.
26. Van Oost naar West
We gaan de bergen over, we gaan pal westelijk. De bergen waren toch wat fris en we willen zon en geen regen, dus richting Adelaide. Vanwege de bosbranden en ook vanwege de tijd, gaan we niet langs de kust naar Melbourne. Een kortere weg, ahum.
Voor Bathurst onze eerste dode kangaroo, een flinke, vrij vers zo te zien. We zitten nog min of meer in de Blue Mountains, flinke hellingen met eucalyptusbomen. Daar gaan we koffie drinken en internetten bij de McDonalds. In Australie is het best wel lastig om een plek te vinden om te internetten, ze hebben geen internetcafe's. Bij de bieb maar proberen of in een fastfoodtent. Vervelend dat je er niet bij kan wanneer je wil, op reis in Nederland is eigenlijk ook zo lastig met internet, denk ik.
Isabel spot de eerste levende kangaroo voorbij Bathurst, ik zie hem ook nog snel uit een ooghoek, want ik rij. Hij staat in een veld in de schaduw van een grote eucalyptus, zijn er andere bomen dan deze in Australië? Het beest is behoorlijk groot en grijs. Vooralsnog de enige levende kangaroo.

Even ervoor zag Roos een emoe, ze keek tegen zijn achterkant aan en dacht wat is dat nou, zat achter het hek. We geloven haar enthousiast op haar woord.
Het landschap doet Spaans aan, dorre velden, glooiende heuvels met wijd uit elkaar staande bomen en soms een enkele boom. Alleen zijn het in Spanje eiken, kurkeiken bv. Het is warm 31 plus, in Nederland is het Crocusvakantie en gaat het naar de wintersport.
We halen West Willawong, we hebben 380 km gereden vandaag van tien tot half zes onderweg geweest. Dat wordt dan nog 1000 km naar Adelaide. Roos ziet het lichtelijk pessimistisch in wat we zo kunnen rijden op een dag. Het is allemaal tweebaans en de weg is goed, maar niet erg gelijk door het zware vrachtverkeer en de auto is in feite gewoon een Toyota bestelbus met stugge vering. Hier ook al kaketoes in de bomen rond het caravanpark, roze in dit geval, plevieren en duiven met een kuifje. Ook deze zijn makkelijk te fotograferen. De nachten zijn redelijk fris. Australië en vogels, het is niet te geloven. Op de gazons van een park in een stadje onderweg 2 soorten ibissen en een vlucht witte kaketoes. Nee, geen meeuwen, zoals ik eerst dacht. Niet slecht al dit wildlife voor een sanitaire stop in de schone openbare toiletten in elke plaats die we tegenkomen. Vaak gedoneerd door de Lions Club of een andere club, het doet me een beetje denken aan Happy Days en the Fonz.

De plaatsjes die wat groter zijn zien er vaak wel fris onderhouden uit en er zijn leuke gebouwen met lange balkons met siersmeedwerk en overkappingen, een beetje saloonachtige bouw, het heeft een frontierlook. Veel golfplaat is ook in de gebouwen verwerkt. Er zijn echter voldoende plekken, veelal de kleinere, waar de middenstand allang de pijp aan Maarten gegeven heeft en de winkels als woonhuis of dichtgetimmerd zijn.
Meiden doen het prima in de auto. Voor de laptop een power-inverter gekocht van 12 Volt gelijkstroom naar 220V wissel. Ze kijken af en toe een DVD-tje en Isabel valt veel in slaap. Onderweg is er een bijzonder lang stuk dat uitblinkt in stof, dorheid en boomloosheid zeker een tweehonderd kilometer lang. En dan toch weer een hek, overal langs de weg een hek, hoe dor, woest, leeg, onbruikbaar het land er ook uitziet. Het doet toch een behoorlijk afbreuk aan het idee woest en ledig, het is gewoon van iemand. In elk geval in de staat New South Wales in het stukje dat we gezien hebben.
Echter opeens zijn ze daar een kudde emoes, van een vlucht kunnen we niet spreken, ze kunnen niet vliegen. Grote vogels die eruitzien als voddige in jute lappen gehulde struisvogels. Scruffy, zo zien ze eruit. Na onze fotografische noodstop worden ze toch wat nerveus en gaan ze er deinend en heupwiegend vandoor.
In Mildura lijkt het weer een beetje op de bewoonde wereld. Ze verbouwen hier druiven met irrigatie en maken wijn. Veel goede en lekkere wijn, immers veel zon. De camping blijkt vol te zitten met Indiërs, zelfs Sikhs, er hebben enkele een tulband. Nieuwsgierig vraag ik er een hoe hij hier terechtkomt. Ze blijken hier te werken 'on the farm' als oogsthulp. Van een paar Franse jongens hoor ik later dat er ook vele Thai en uiteraard heel veel jonge Europeanen in de druivenpluk zitten, als je onder de zevenentwintig bent krijg je zelfs een soort van tijdelijke werkvergunning. Dit jaar niet zoveel vanwege de droogte Australië met name Zuid Australië getroffen heeft en de gevolgen voor de oogst. Al die mannen maken wel dat de wachttijden voor het herentoilet behoorlijk oplopen.

De campingbaas verwijst ons naar de rivier, tien minuten verder, het is mooi daar. Je kan er ook zwemmen. Zal wel denken we, wie neemt hij nou in de maling, de meeste kreekjes en rivieren zijn zielige stroompjes of er is een soort van greppel. Australië het droogste continent geloven we meteen.
We lopen door de floodplain, in ABN de uiterwaard neem ik aan, met prachtige grillige en ook grote eucalyptusbomen en even later staan we bij een grote rivier. Aan de overkant liggen houseboats en ze zijn aan het waterskieën. Lichtelijk verbaasd zien we dit aan misschien driehonderd meter verderop is het toch behoorlijk woestijnachtig. Dit is geen kwestie van willen, we moeten even zwemmen. Voorzichtig, dit is een rivier die we niet kennen. En zo is het dan bijna avond aan de Murray,de grootste rivier van Australië, maar daar kom ik pas een dag later achter.

Er komt een ogenblik dat je de Murray over moet richting Adelaide en dan moet er bij het plaatsje Wellington met een pontje overgestoken worden, waarbij je een hoogte oprijdt en later over een groen vlak stuk rijdt en opeens allemaal zwartbonte en zelfs roodbonte melkkoeien ziet. Verder landinwaarts iets wat op een tweede dijk lijkt. Zijn we hiervoor zover gereisd een Nederlands rivierenlandschap? Toch niet, er staan overal sprinklers en de wolken witte vogels boven de rivier en in de bomen langs de oever zijn kaketoes.
Kids Diary: Dieren van Isabel
het steekel varken

weet jij hoe veel hij weegt?
hij weegt 2-7 kilo.
hij is zo groot als een kat.
hij eet mieren
hij leeft in het gras.
van Isabel
de grote kangaroe

weet jij hoe veel hij weegt?
hij weegt 11-19 kilo
wij zagen 2 grote kangaroes
wij hebben een mooi je foto
ze waren groot
van Isabel