25. Something completely different
Na alles wat we gezien hebben op TV en internet, bosbranden en temperaturen van 45 graden en hoger in Zuid Australië, geeft Sydney, wel ja, regen en het is ook nog koud. Nauwelijks geslapen, een nachtvlucht en twintig graden. Ik heb alleen sandalen en flipflops en een sportsweater, die ik bijna weggegeven heb in Indonesie. Te optimistisch voor Australië? De anderen hebben ook nog gympjes.
Ook is er een oponthoud voor ons bij de douane, met de visumaanvraag van Dewi en Isabel schijnt wat mis te zijn. Aan onze kant niets aan de hand, de retourontvangen mail aan ons van de emigratie is goed. Namen, data zijn correct op de print. We mogen zitten en alles komt goed, maar stel je voor.
We komen het probleem vaker tegen hier, automatisering die verkeerd werkt of verwerkt wordt. Beveiligingspoortjes die afgaan, terwijl iemand van het winkelpersoneel ons bij de doe-het-zelf kassa heeft bijgestaan met het afrekenen. Lekker snel als iemand ons daarna in het warenhuis nogmaals controleert na het gepiep bij poortjes. Of de jongen bij de Mac Donald die ons in de rij helpt en de bestelling via een handheld computertje opneemt. 'I am new at this' Oh help, 'I am new in Australia', zeg ik maar.
Drie keer zoiets in drie dagen is toch wel veel. Wat ze hier vaak zeggen is 'No worries', graag gedaan. In elk geval ze zijn erg vriendelijk en behulpzaam en ze houden van bordjes waarop staat wat je niet mag doen, zoveel is me duidelijk. Of ze het doen?

Campings verstrekken je vaak een sleutel per gezin om het toiletgebouw in te komen. De logica ontgaat me hiervan. Maken zwervers dan gebruik van het toilet? Of misschien de buren? Ik vind die campingbaas zo'n etter met zijn rottoeristen, ik ga zijn toilet bevuilen. Terwijl in elk plaatsje uitstekende publieke toiletten zijn, voor niets te gebruiken. Zo'n enkele sleutel, ik vind het maar niets. Feit is dat je de meeste kampeerterreinen zo binnenloopt geen hekken of omheiningen.
De hele eerste dag besteden we aan het wennen aan onze nieuwe reismodus, onze huurcamper(tje) om in te reizen en te slapen. Ook niet te vergeten zelf links te rijden. En we zijn behoorlijk af en jetlagged van de vlucht uit Singapore, toch zeven uur net zo lang als een vlucht naar de Antillen.
Sydney laten we maar voor wat het is, komen we toch weer terug. Wegwezen, want het regent Al twee weken volgens de taxichauffeur. De eerste attractie is gelukkig niet al te ver, de Blue Mountains, ook voor de mensen van Sydney geliefd als recreatiegebied. Op het eerste gezicht niet heel bijzonder glooiend gebergte, bos, veel bos. Schijn bedriegt, er is inderdaad wel het een en ander dat zeer de moeite waard is.

Katoomba, daar is het. Rond de 100 km van Sydney, wat een afstand van niets is in Australië. Het stadje wat een uiterst relaxte uitstraling heeft, lage houten huizen en vaak wat van studentikoos uitgemonsterd. Op Isabels verjaardag, na onze eerste nacht met flink wennen en een plaatsje voor ons en de spullen zoeken in de camper, zijn we aangenaam verrast. 's Morgens bloedstollend vogelgekrijs. In de Gooise setting van de camping vliegt daar een witte kaketoe. Verrek, de papegaai van de eigenaar vliegt daar rond. Maar daar vliegen er nog meer. En bontgekleurde grote parkieten en roze papegaaien en zwartbonte kraaiachtigen. Australië is een vogelparadijs.

Het plateau waar het stadje op ligt, gaat steil naar beneden en beneden je zie je bossen en rotsen en watervallen. Om het enigszins te beschrijven, het is een beetje een kruising tussen de Ardennen en een kleintje Grand Canyon, maar spectaculair. We gaan een beetje wandelen, wat een beetje uit de hand loopt en komen uiteindelijk via het pad en zelfs aangelegde trappen van aluminium vele honderden meters lager uit, waar we gelukkig het steilste (duurste, voor ons totaal € 12,50 voor drie minuten?) treintje van de wereld kunnen nemen. Boven staan hordes mensen te wachten om het treintje naar beneden te nemen. De cruisepassagiers komen uit Sydney en doen dit in een dag. Bijzonder voor Australië, een attractie dichtbij. Voor de mensen uit de toeringcar, maar ook voor de echte die-hard, is er zeker iets te zien en af te zien. Buiten Katoomba is er akelig weinig bewoning in de Blue Mountains en zijn er de nodige zware tochten. We hebben genoeg gelopen en er wacht ons een feestje.

Isabels verjaardag, in een fris Australië, vieren we met pasta. Buiten de cadeautjes voor haar, heb ik mezelf een vogelboek cadeau gedaan The Fieldguide to Australian Birds.
24. Een handvol steden
Kuala Lumpur - Melaka - Singapore
Kuala Lumpur
Zitten we in de ochtend nog in een hele lange smalle rivierkano met buitenboord op een rivier omzoomd door oerwoud, en hebben de kinderen nog een olifant in bad gedaan in het olifantenrehabilitatiecenter, dan zitten we in een hellhole, in de asfaltjungle, van de grote stad KL (Kuala Lumpur, de hoofdstad) . Een budgetlocatie. Tja, de prijs is okay, 10 euro met 4 personen en airco maar....dekamer is 2,50 bij 2,80? Dat wil zeggen een dubbelbed en matras naast elkaar. Op ons verzoek hebben we een kamer met raampje. Het lijkt wel een soort opgedeeld kantoorgebouw vandaar de centrale airco. Toilet en badkamer op de gang. Net kamperen, alleen dat doe je lekker buiten en dat vind ik behalve als het erg regent meestal prima, dit is ronduit claustrofobisch. We zitten op de gang als de kinderen slapen. Een pluspuntje van deze plek: we pikken gratis internet op.

Alles went en de meiden vinden het prima, er zijn veel mensen, lekker gezellig en een praatje is zo gemaakt. En een beetje leren, zo in de grote lobby, het gaat allemaal prima. De locatie is voor een grote stad perfect, tegenover het grote interlokale busstation en boven een scala van grote restaurants door Indiërs beheerd en die we van andere plekken al kennen. Heel Maleisië komt er eten, ontbijt, lunch en diner. Iedereen, er is niets luxe aan, een ontbijt van een versgemaakte roti canai (soort bladerdeeg-achtige pannekoek) met Indiase dhal-saus kost soms slechts 1,5 ringit, dertig cent en een kop koffie vijftien.

Chinatown ligt vlakbij en daar is een keur van goedkope waren. Hoe zit dat, volgens mij heeft iedere Maleisiër al tien zonnebrillen en horloges? Ze zullen wel gauw kapot gaan. Is de hoofdstraat zoals de Albert Cuypmarkt overdag aan beide kanten van de straat van kramen voorzien, 's avonds zetten ze op het wegdek nog meer kramen en is het een heel labyrinth. Je komt hier niet voor je rust, het is een heksenketel, ook qua hitte. De Hop-on-hop off bus rijdt rond langs de meeste bezienswaardige plekken en is een uitkomst. Je kan in een 24-uurs periode erop en eraf. In de Lake Gardens, een groot parkachtig geheel buurt, vind je vele musea en zelfs een kleine replica van Stonehenge, met andere voorbeelden van observatoria. Een beetje per ongeluk komen we dan bij de grote imposante Nationale Moskee. Waar men de service heeft dat men je een gewaad ter beschikking stelt zodat je toch naar binnen mag. Groots is het, maar toch sober.

Melaka
We besluiten alsnog naar Melaka of Malacca te gaan, het is niet al te ver twee uur met de bus, en als een van de historische hoogtepunten kunnen we het eigenlijk niet overslaan. Nu je er dan toch bent.
Op dit smalste stuk van de straat van Singapore, tussen Sumatra en Maleisië, is de moderne geschiedenis van Zuid Oost Azie geschreven. De boot doet er twee uur over en de jongens van het guesthouse claimen dat je het kan zien uit het reuzenrad. Eerst waren de Portugezen hier als eerste Europeanen de baas, werden verdrongen door de Nederlanders en vervolgens kwamen de Engelsen er aan de macht. Hoe dat laatste in zijn werk ging weet ik niet goed, er was een soort ruil. E.e.a. in verband met Napoleon, die uiteraard in Nederland zat. De Engelsen dachten waarschijnlijk kom we ontfermen ons over Indië. Voor die tijd was het al een handelsstad voor de Arabieren, Chinezen en Indiërs en uiteraard de Maleiers. Al die mensen vestigden zich ook hier en nu nog. Het spreekt voor zich dat hier uit de mix zich een hoogst gevarieerd eetaanbod heeft ontwikkeld (net als in Penang).
Er hebben zich hier ook bevolkingsgroepen ontwikkelt met eigen mengculturen zoals de Chitti's, aanvankelijk gevormd door mannen, handelaren uit de Coromandelkust van India en Maleisische vrouwen, maar ook zijn er de nazaten van de Portugezen, Euraziaten die nog steeds een soort oud Portugees spreken en in een eigen wijk wonen en de Baba-nonya's, de Chinese mannen die zich met de Maleisiers mengden. Hun nazaten noemen zich ook wel de Straits-born Chinese. Hun keuken is heel bekend en mengt Maleische elementen met Chinese.
Melaka is een vrij kleine stad, al die verschillende koloniale overheersers hebben hun merktekens op en rond St. Pauls Hill achtergelaten. Er is o.a. een laatst overgebleven poort van het Portugese fort overgebleven. Van de Engelsen onder meer een vuurtorentje. En van de Nederlanders is het bijzondere 'Stadhuys', het oudsteHollandse gebouw (1650) in Zuid Oost Azie te zien, waarin een museum is gevestigd. De dikke hanebalken, de kozijnen, het geheel zou je zo in bijvoorbeeld Delft kunnen zetten.

Dewi heeft het boek 'Scheepsjongens van de Bontekoe' gelezenen diens reis met een zelfs voor die tijd ongekend aantal ontberingen, wordt uitgebreid genoemd in het museum. Ook hier werden de ballaststenen van de schepen gebruikt om te bouwen zoals in Suriname, de Antillen, Indonesie en ook hier in Melaka. Dit zijn stenen van Hollandse klei.
Het wordt weer een hostel 'Sunny's Guesthouse' in Melaka, en we vermaken er ons best, het is net een studentenhuis. Een grote woonkamer, waar de free movie op DVD elke avond een volle zaal trekt. Aardige beheerders, zeer concurerende prijs, zelf koken kan. Waarom zou je dat doen, restaurants beneden, opzij, aan de overkant en geknipt voor de smalle beurs van de budgetreiziger. Alleen hun openingstijden en serveringsmomenten van gerechten zijn ons soms een raadsel. Ik vraag het maar aan George, hij is van Melaka, nu thuis maar kok in Japan in een Indiaas restaurant. En waarom er eigenlijk altijd mensen zijn, 's middags, 's avonds ,'s nachts. Oh, zegt hij, dat zijn Chinezen die eten wanneer ze zin hebben, bovendien de halve stad komt in deze buurt om te eten. Is dat restaurant onder ons dicht? Nee, maar die zijn van zeven tot vier 's middags open.
Shoppen kan er ook, twee giga shoppingmalls, waar we op weg naar het openbare zwembad doorheen lopen, lekker in de airco. Zwemmen met gepaste dracht, vooral de vrouwen. Dewi en Roos trekken over de zwemkleding maar een T-shirt aan. Het zwembad is gigantisch, zeker 100 meter lang, Olympisch. De planologie laat te wensen over. Pal achter ons staat het gedeeltelijk afgebouwde skelet van een shoppingcentrum, kantoor met parkeergarage, het staat al jaren leeg. Ik zie her en der kleine bomen opspruiten. Het is inderdaad behoorlijk historisch en relaxed in Malaka, aanrader.

Singapore
De leren bank die er voor het grof vuil staat langs de Victoria Streetin Singapore vertelt eigenlijk het verschil tussen Maleisie en Singapore. In Melaka had hij waarschijnlijk niet misstaan in de woonkamer van Sunny's Guesthouse met brandplek, waar iemand hem in brand heeft getracht te steken.
Het leven hier in Singapore is grofweg twee maal zo duur, maar ondanks de vele moderne gebouwen die door kaalslag van veel ouds zijn opgericht valt er nog voldoende te genieten. Het is misschien niet meer die broeierige haven of die stad die rap modernerwerd zo rond en na de Vietnam oorlog en waar 'Saint Jack', van de schrijver Paul Theroux, iets voor de toerist op zoek naar avontuur regelde, maar er zijn markten, de oude buurten worden opgeknapt en geyuppificeert. Ons hostel, ja alweer, wat je hier ervoor betaald geeft je in Bali een hotel met zwembad, airco, TV, koelkast en ontbijt. Dit is dan wel nieuw met gratis internet en computergebruik en ontbijt. Onze zo-te-zien hippe buurt heet Kampong Glam en is de oude Arabische buurt. Glam heeft niets met glamour te maken, maar verwijst naar de bomen die hier vroeger stonden. Nu rijden er hier auto's rond die we in heel de rest van Zuidoost Azie nog niet hebben gezien, zo luxe, zo groot.
We vermaken ons prima, welopen in shopping malls, luxe a la Amstelveen, maar ook op de markt in Bugis, waar ze ook goedkope hippe kleding verkopen en weinig namaak. Of op de markt in China Town met chinese spullen, kleding en een reusachtige foodcourt, een eetgelegenheid waar er dozijnen tentjes zijn waar je gespecialiseerd eten kunt halen en overal mag zitten. Of Little India waar de moderne wereld opeens weg is en je in de Hindoestaanse tempel tussen de rook en vuur zit van de offers en in het halfduister. De kinderen zijn er stil van. Of in het warenhuis Mustafa waar men de modernste spullen verkoopt, maar de inrichting en de werkmethode met bonnetjes is als van een heel oud Engels warenhuis op TV. Sir, are you being served?

De Night Safari in de dierentuin, die in de laatste resten tropisch regenwoud ligt van dit dichtbevolkte eiland, is heel bijzonder met de dierentuin in het donker en al die dieren die actief zijn. Het openbaar vervoer om er te komen, is ongelovelijk goed en goedkoop, daar zou Nederland iets van kunnen leren. Veilig en met een indringend filmpje over een terrorist die een tas onder de bank stopt. Let op burgers, weest alert. Men is hier bijzonder duidelijk. Spugen of rotzooi op straat gooien, hoppa bekeuring. Je kan hier T-shirts krijgen met 'Singapore a fine setting' met allerlei verboden. Je kan het op twee manieren vertalen. Singapore een mooie lokatie of Singapore een plek met boetes. Een 'fine' is een boete.
Overigens, men is er heel vriendelijk en behulpzaam. Met een strand dichterbij zou het bijna perfect zijn.
See you in Australia!
23. Jungleland
Het lijkt wat onduidelijk, wat er in de diverse reisgidsen staat, maar hoe kom je eigenlijk in Taman Negara, het 3500 m2 km grote nationale park met zijn 130 miljoen jaar oude ongeschonden oerwoud, het oudste ter wereld? Bussen, treinen, boten, het lijkt erop dat het twee dagen gaat duren voor je er bent.
Gelukkig heeft men een soort toeristisch reispakket vanuit de Cameron Highlands. Busje-trein en dan weer een busje, het is allemaal op elkaar afgestemd. Zes uur weg en 's middags twee uur bij het dorp Kuala Tahan en de hoofdingang. Kost wat, maar dan heb je ook wat.
De trein is het spoor dat in feite van Bangkok naar Singapore loopt. Ons stuk gaat van Gua Musang naar Jerantut en wordt in de wandeling ‘de Jungletrain' genoemd. Ik raad iedereen ook ernstig aan niet te ver uit de open wagoningangen te hangen, de boel is zo dichtgegroeid dat de takken zo'n beetje tegen de trein zwiepen. Een groene tunnel met af en toe een beetje opener als het rubberplantages betreft, deze bomen hebben niet zo'n dicht bladerdak.

Het busje dat ons van Jerantut ophaalt en naar Kuala Tahan brengt, scheurt als een dolle door de uitgestrekte oliepalmplantages met uiteraard de behoefte en het gebruik van de spuugzak, met name Isabel heeft last. Vandaar onze voorkeur voor de trein.
Als de wereldbehoefte aan bio-diesel toeneemt zal het areaal aan oliepalm, nu al gigantisch in Zuid Thailand, Maleisië en ook in Sumatra, alleen maar toenemen. Er zal meer oerwoud geveld worden, zodat Taman Negara en wat andere parken alleen als zielige stukjes natuur over zullen blijven met misschien een enkele tijger en een Maleise aboriginal.
Oliepalm is de voornaamste leverancier van plantaardig vet en zit o.a. in onze margarine en zeep, maar kan ook heel goed als bio-diesel gebruikt worden. Het is een andere palm als kokospalm en heeft vruchten zo groot als eieren die in grote trossen zitten.
Als je van natuur houdt, dan zou Taman Negara alleen al een bezoek naar Maleisië waard zijn. Het is makkelijk bereikbaar en je kan er op eigen houtje kennismaken maken met oerwoud zonder dat je gelijk een expeditie hoeft uit te rusten.

Vanuit het rivierdorpje Kuala Tahan nemen we het pontje naar de overkant voor 20 eurocent p.p. waar het hoofdkwartier is en een luxe lodge. De lodge heb je niet nodig, er is accommodatie genoeg in het dorpje van 6 euro (fan) tot 20 euro (airco) per kamer, desgewenst kan je voor een luttel bedrag kamperen vlak achter het hoofdkwartier of verderop in het park. Alle kampeerspullen zijn te huur.
We houden het bij een eenvoudige wandeling. Parallel aan de rivier loopt hoger op de heuvel een pad dat ons naar de Canopy Walk brengt, een loopbrug door de boomkronen. De kinderen zijn al helemaal hiervoor te porren toen Roos erover begon. Roos spit meestal de meer gedetailleerde informatie door en is van de exacte planning.Ik ben meer van ja, laten we daar en daar naartoe gaan, want het is leuk en de moeite waard zus en zo.

Zo dicht bij het hoofdkwartier is alles prima bewegwijzerd, en zijn er borden met informatie over diverse planten. In de schaduw van de bomen is het relatief koel, maar na enige tijd is het toch zweten geblazen, het is er behoorlijk vochtig. Onderweg zien we nog apen, de alom tegenwoordige makaak en de uit Thailand reeds bekende dusky langur, de grauwe langoer. Het is er stil, ieder geluid uit de boomkronen of uit het bos hoor je al snel. Het vallen van takjes, je stopt en je kijkt. Zo zien we ook een hert dat bij ons vandaan loopt. We blijven alert voor slangen na Thailand. Ik heb niets anders dan sandalen, de rest loopt op gympjes. Grote dieren zal je slechts met moeite en geluk zien.
Olifanten, de gaur, het grootste wilde rund, tijgers, andere katachtigen, tapirs, de Aziatische neushoorn, de wilde Aziatische boshond, deze grote zeldzame dieren zijn er allemaal maar je zal ze zelden zien. Een nacht of zelfs schemering in een schuilhut, stevig gebouwd van beton of hout geven je wel een kansje hierop en in elk geval herten en wilde zwijnen. Ik moet helaas passen, voel me niet zo best, koudje gevat in de bergen.

We gaan ook een keertje zwemmen en vissen met een handlijntje in een junglerivier op een uurtje gaans van de ingang en onderweg zien we een varaan, blauwe fazanten en apen. Prima, we zijn geen olifanten gewend.
Na lang twijfelen doen we het, we nemen een korte tour van twee uurtjes om de Orang Asli te zien, een groep van de oerbewoners van Maleisië. Er leven tweehonderd van hen in en rond het reservaat en ze zijn de enigen met toestemming om te jagen en te verzamelen. Het heeft iets van aapjes kijken, maar dan naar mensen...We doen het toch, want onze nieuwsgierigheid wint het.

Onze groep Batek, zoals de stam heet woont iets verderop de rivier op. We komen er drijfnat aan, onze gids vindt het kennelijk mooi om ons bij het nemen van de stroomversnellingen extra nat te maken. We balen en we are not amused, het is bewolkt en om nat in een varende boot te zitten is niet leuk. En we zijn niet gewaarschuwd, de rest van de groep is klaarblijkelijk gewaarschuwd want die waren al eerder met haar op excursie.
De groep Batek bestaat uit veelal jonge vrouwen en vrij veel kleine kinderen. Ze vinden het wel leuk om bezoek te krijgen. Ze zijn goedlachs maar ook wel verlegen. Qua uiterlijk verschillen ze heel erg van het merendeel van de Maleisische bevolking, die Chinees, Indiaas of Maleisisch zijn, ze zijn niet al te groot en donker negroïde met gekroest haar.

De enkele mannen die er zijn geven een demonstratie blaaspijp schieten. Wij proberen het ook. Roos schiet raak. Met hun blaaspijpen met giftige pijlen schieten ze beesten die niet op de grond leven. Ze geloven dat de beesten in de bomen rein zijn. De hoofdman is er niet, hij is met de meeste mannen al twee weken op jacht. Hoeveel eeuwen, nee, millenia is het niet geleden, dat ik kon zeggen. Ik ben er even een paar weken niet, want ik ben op jacht. En toch is dit hoe de mensheid leefde, jagen en verzamelen. De Batek planten af en toe wat, maar kappen en branden voor het planten doen ze niet. Dit is wat de vrouwen doen, evenals het vangen van vis wat ze met de hand bij zonsondergang doen, als de vis zich naar de kant begeeft.
Het is ook triest, ze doen niemand kwaad en toch is hun manier van leven en cultuur gedoemd om te verdwijnen. De Maleisische regering doet ook nog eens zijn best om er 'normale' mensen van te maken en stimuleren dat de kinderen naar school gaan. De kinderen en de ouders willen dit niet. De kinderen willen niet omdat ze dan bij hun ouders weg zijn.
Een Russische toerist van ons kleine groepje reageert geschokt, als een van de Batekjongetjes van acht, naar hem roept 'Go away, go away!'
In een dag bereiken we, na eerst 's morgens met een lange smalle houten rivierkano door de jungle naar Kuala Tembeling te zijn gevaren voor onze verdere connectie, de drukke hoofdstad Kuala Lumpur.

Alvorens daar te komen stopt onze gecharterde taxi voor het Olifantenweeshuis Kuala Gandah in Lanchang. Een laatste stukje bedreigde natuur. Hier worden door de regering verweesde en probleem olifanten opgevangen en gesocialiseerd. Het publiek wordt aktief betrokken bij het voeren en het wassen van de olifanten, zo ook Dewi en Isabel. Die het dan ook enorm leuk vonden en bij het wassen van de olifanten al rap met de rest van de bezoekers in het water belanden. Het zijn grote dieren. Wat kleine keutels zelfs van drie niet heel volwassen dieren, is al gauw een kruiwagen vol.
22. Heren van de thee
We blijven 'last' van het Chinese Nieuwjaar hebben bij het reizen. Vele populaire bestemmingen zitten vol en ook het vervoer ernaartoe. Je kan ook zelf het openbare vervoer regelen, maar de kans is groot dat je pas laat 's avonds arriveert of nog ergens onderweg moet overnachten. Via reisbureautjes kan je vaak een reis kopen waarin de connecties op elkaar aansluiten, maar je betaalt meestal wel flink meer. Vooral als je de treinprijzen ziet, die erg laag zijn en dan de prijzen van zo'n geregeld traject ziet denk je, wel behoorlijk aan de prijs.
Gelukkig is er een rechtstreekse extra bus naar de Cameron Highlands in het weekeinde terwijl alles vol zat, vanwege nog steeds het Chinese Nieuwjaar.
Een Nederlandse man zegt ons op het strand in Penang ' Cameron Highlands, koud 17 graden en regen toen ik er was'. En via de mail ook nog eens wat opmerkingen 'ik kan herinneren dat het regende...'
Het regent er niet, maar het is behoorlijk druk op de smalle bergwegen in het weekeinde, lokale, veelal Chinese toeristen die bij tuincentra-achtige bedrijven hun auto's parkeren en bloemen, potplanten en jawel, ook wortels, bloemkool en prei kopen. Dit is het tuinbouwhart van Maleisië en het koele klimaat is niet alleen aangenaam voor westerse groente, maar ook voor de mensen die meest van de tijd in een warm tropisch klimaat zitten. Het is er lekker koel en fantastisch, geen muskieten. De sfeer is gemoedelijk, men is vriendelijk, het eten goed, ruim gesorteerd en goedkoop. Lekker op vakantie in de bergen.

Deze hooglanden zijn rond de twintiger jaren van de vorige eeuw in cultuur gebracht. Voor die tijd waren het bergen rond 1500-2000 m, die begroeid waren met maagdelijk oerwoud. Het waren de Engelsen die dachten, ziet er goed uit voor thee, laten we dat doen. De Engelsen, niet al teveel in aantal, haalden krachten uit India voor het plukken van de thee, het waren uiteraard 'Heren van de thee'. Later kwamen de tuinders die van Chinese afkomst waren. Ze verbouwen bloemen, westerse groenten en, hoe kan het ook anders, de aardbeien op hydrocultuur en steenwol met techniek afkomstig uit Holland. Tot op heden zijn dit nog steeds de grootste bevolkingsgroepen die in de Highlands wonen. Heel Brits zijn ook de auto's die de tuinders gebruiken, voor het grootste deel zijn het gedeukte afgebeulde Landrover pick-ups van extra laadrekken en beugels voorzien. Sommige zijn vijftig jaar oud, zegt Supirmon onze grijze gedistingeerde Indiase gids van een tour. Call me 'Money' or if you say it wrong 'Superman'. Hij vertelt ons van de thee, de Orange Pekoe met zijn diverse kwaliteiten.

De sterke pluksters die met manden van 30-40 kg tot wel 300 kg per dag plukten. 'You want to do that sir, for a wage of 60 ringits (12 euro) a day now?' Veel is gedeeltelijk gemechaniseerd, maar de allerbeste kwaliteit thee is nog helemaal handgeplukt en handgeselecteerd. De grote theeplantages hebben toch al gauw 200 mensen in dienst, een klein dorp met school en andere voorzieningen. Cameron Highland thee zal de internationale markt nooit halen, want wat er is, is net genoeg voor de lokale markt. Met zo'n Engelse voorgeschiedenis is het niet vreemd dat je ook regelmatig Engelse cottages of andere gebouwen aantreft die er behoorlijk Brits uitzien. En ik moet ook regelmatig wennen om met sir aangesproken te worden.

Tijdens het etentje voor Dewi's verjaardag doen we een huiveringwekkende ontdekking. We vieren het met een ' Steamboat', een Chinese fondue in een Chinees restaurant. In de bouillon doen we van alles, het uithangbord claimt negen soorten ingrediënten, de groente niet meegerekend. Er zitten kleine boomachtige stukjes in, bij het kauwen voelen ze een beetje gummi-achtig als inktvis. Ze worden zo, als we de stukken, die er wat uitzien als platgeslagen vlees, in de bouillon doen. Wat is dit? Het uithangbord wordt onderzocht. Negen items moeten er zijn o.a. vis, kip, tofu, rundvlees, mussels, cuttlefish (inktvis), jellyfish....maar dat is toch KWAL!
Nou ja, het is te eten en het kauwt lekker weg.
21. Chinees Nieuwjaar
Op maandag 26 januari begint het Chinese Nieuwjaar en dat zal iedereen in Maleisië weten, positief of negatief. Dertig procent van de bevolking is Chinees, wat de overige zeventig procent niet belet eveneens van deze vakantieweek te genieten. Een uittocht uit de grote steden is te vergelijken met de krokus. Hier komt nog bij dat vele mensen teruggaan naar hun geboortestreek 'Balik kampung'- Terug naar het dorp.

Nou, ik zal kijken of ik nog wat voor je kan regelen met de boot naar Pinang, zegt de reisbureauhouder. Nee, we doen niet aan hotelbesprekingen, slechte ervaringen mee, blijken ze toch vol te zitten. Ongerust over de berichten willen we de boel maar besproken hebben, wat we normaal niet doen. Internet is dan een uitkomst, overal hebben ze vrij WiFi en op een bankje in de hitte bij de supermarkt met gratis draadloos internet regelen we iets voor Penang.
Penang is een eiland iets zuidelijker, dicht bij het vasteland en daarmee verbonden door de langste brug van Zuidoost Azië met zijn dertien kilometer. Het is door de New York Times lezers uitgekozen tot de tweede must-see bestemming van de wereld, zegt de Maleisische Star. Wat nummer een is schrijven ze niet. Weten jullie dat?
Eten that's what it's about zegt mijn buurman in de guesthouse later en hij heeft helemaal gelijk. Wat over het eten in Langkawi is gezegd, geld in het extreme voor Penang. Overal kan je uitstekend eten bij straattentjes, openluchtrestaurants op avondmarkten waar je en passant een namaak Rolex op kan pikken of illegale DVD's en natuurlijk bij vaste restaurants.

Het bewoonde gedeelte van Penang is een stad, een flinke stad, Georgetown en agglomeratie. Dit is een Chinese stad zoals Singapore, zeventig procent is van Chinese afkomst. Vanaf de boot zie je hoogbouw langs de kust er is zelfs een toren van 65 verdiepingen, de Komtar Tower. Het lijkt meer op Singapore of Rotterdam zo van een afstandje dan wat je van een eiland in de Indische Oceaan zou verwachten. Maar als je er een tijdje rondloopt, is het er eigenlijk heel gemoedelijk en heeft het zijn eigen eilandtempo. Dagje in de stad, Georgetown, vinden Dewi en Isabel altijd heel leuk. Shoppen kan ook nog, een bonafide uitziend warenhuis Pacific heeft echte merkartikelen voor grofweg 1/3 tot de helft van Nederlandse prijzen.
De grote Chinees boeddhistische tempel Kek Lok Si ( Het Paradijs in het Westen), het grootste tempelterrein van Maleisië op een heuvel vindt Dewi vooral heel interessant. Er is een 7 verdiepingen hoge pagode bij, dit is de tempel van de tienduizend Boeddha's. Er loopt een gang langs naar beneden langs allerlei kraampjes. In feite loop je gewoon dwars door de markt naar de tempel toe, je komt lopend gewoon niet om de markt heen. Een parallel dringt zich aan me op van een Bijbelse tempel, met boeren, burgers, buitenlui, monniken met bedelaars langs het toegangspad en ook mensen die ternauwernood de trappen op kunnen lopen en door hun familieleden ondersteund worden als ze hun offers aan Boeddha brengen.

We hebben te weinig tijd voor de pagode, later in de week komen we terug. Dan lopen Roos en de meiden me eruit de trappen op. De tempel van de liggende Boeddha die in Thaise stijl gebouwd is en de er tegenover liggende Birmese tempel lopen we met de vele gelovigen ook in. De Chinese dierenriem is gekoppeld aan je geboortedatum en ook de dag van de week van je geboorte is van belang voor je levensloop. Voor je geboortedag van de week en voor je Chinese dierenteken kan je een offer brengen. Heel belangrijk is bij het Chinese Boeddhisme (of praten we dan van Shintoïsme?) de Godin van Genade, the Godess of Mercy, waaraan ook ettelijke tempels opgedragen zijn. Geluk en Genade, het moge u gegeven zijn.
Op onze een na laatste dag doen we buiten de tandradbaan Penang Hill op van waaruit je Georgetown en omgeving goed kan overzien, twee tegenoverliggende tempels, een Boeddhistische tempel in Thaise stijl met de liggende Boeddha en de daartegenoverliggende Birmese tempel evenals de eerder genoemde Kek Lok Si. De vissen en schildpadden in de vijvers zijn voor geluk en kunnen de goedkeuring van de kinderen helemaal wegdragen. Het is absoluut verboden er nog vissen bij te doen! De tempels die we zien hebben een hele levendige, maar ook een serieuze uitstraling.

Georgetown heeft in de binnenstad nog vrij veel Engelse gebouwen staan uit de koloniale tijd alsmede Chinese oude winkel/woonpanden. Ook zie je nog veel terug uit de koloniale tijd in de buitenwijken. De drafsport en ook het gokken op de paarden ook een Engelse bezigheid wordt op een heuse renbaan nog steeds beoefend. In de avond komt ook nog eens alles tot leven door de vele straatventers en openluchtrestaurantjes die dan opeens opgezet worden onder de arcades, op een leeg plein of zomaar op de stoep. Een absolute aanrader voor een wereldse tachtig eurocent is de schotel Koew Tiouw, iets glazige met sojasaus roergebakken mie met garnalen, stukjes kip/vlees en wat groenten. Het kan nog goedkoper maar dan heb je een straatventer of een eethuisje dat vijf gerechten serveert.

Ons onderkomen is pal aan het strand in Batu Ferringi ( Rots van de Portugezen) de badplaats en een oude hippieplek wat nog wel te zien is. In het guesthouse passeren we de familieleden regelmatig aan de dis op weg naar onze kamer.
Soms lijkt het wel een van de uitgaansstraten rond het Leidseplein met idem dito straatlawaai, men doet goede zaken in de beachbars, want de Chinese Nieuwjaarsviering duurt 15 dagen! Door de airconditioning hoor je dit gelukkig maar matig.
Na lang wikken en wegen, stel je voor dat er een been breekt, mag Roos voor haar verjaardag en Dewi als voorschotje op haar verjaardag achter een speedboot met een parachute de lucht in. En Isabel wil je ook? Ja dat wil ze wel. De dappere vliegende dames.
And you sir? Me, ah no, too high for me.

Kids Diary: Elfjes van Dewi (Maleisie, Taman Negara)
Groen
De jungle
Buiten het hotel
Doen een jungle toer
Ruizen

Dag
Ik ga
Ik zeg gedag
Ik ga naar huis
Doei

Hoi
Ik kom
Daar ben ik
Ik wil graag spelen
Hallo

Kids Diary: Elfjes van Isabel (Maleisie, Taman Negara)
Een elfje is een gedigt met 11 wortjes.

Varaan
Het bos
Hij is groen
De varaan is moe
Slaapt

Hert
Het bos
Hij is bruin
Hij zoekt naar eten
Snel

20. Het eiland net over de grens.
Even verderop naar het eiland Langkawi in Maleisie is al gauw een reis van bijna twaalf uur vanaf Ko Lanta. We kunnen kiezen, een bootreis van 7 uur of een combinatiereis met een klein busje en een korte bootreis. Na onze varende ervaring naar Ko Lanta liever de bus en het is ook nog eens goed voor de portemonnee. Na de betrekkelijke eenvoud van de Thaise eilanden is het even met de ogen knipperen als je de daaropvolgende Maleisische eilanden ziet. Ook vanwege de witheid van de stranden op Langkawi. Men staat je in Maleisië opeens te woord in het Engels of Bahasa Malayu, het Maleis wat in feite de oervorm is van de Indonesische taal, het Bahasa Indonesia. Het Maleis werd al gebruikt als handelstaal rond de gigantische archipel. Echter na de onafhankelijkheid is er werk van gemaakt dit als nationale taal te installeren. In feite strekt het taalgebied van het Maleis zich nu uit vanaf de grens met Thailand tot aan Australia een afstand van 5000 km, een afstand vergelijkbaar met Amsterdam-Iran of over de Atlantische Oceaan heen tot aan Maine in de VS. De douaniers lachen en maken grapjes met ons en de kinderen en wachten geduldig tot we als laatste erdoor gaan. Een klus het invullen van vier formulieren, voor ieder van ons eentje.
Zagen we bij binnenkomst al wat hoogbouw, na de douane enige lichte verbijstering, je komt uit in een shopping mall. Het Schipholeffect alleen nu dan See Buy Boat i.p.v. See Buy Fly. Het gevolg van de tax-free status van Langkawi. Aan het voornaamste strand van Langkawi, waar we in het weekend aankomen is het best druk met toeristen. Meestal reizen we in het weekend, de kids moeten naar “school” door de week Zij en wij zijn daar eigenlijk de ochtend zoet mee. Gaan we een hele dag op pad dan moet dat ingehaald worden. Officiële schoolvakanties daar doen we dus maar half aan. Voor het eerst zien we Maleisische toeristen, de mensen gaan daadwerkelijk in hun eigen land op vakantie, dat zie je eigenlijk niet heel veel in Zuid-Oost Azie. Vakantie is meestal voor de meesten een behoorlijke luxe. Er zijn hier ook veel mensen uit Arabische landen op vakantie. En veel Maleisische studenten, die lopen op en af langs onze kamer, we verhuizen dan ook maar de volgende dag. Dan komen we erachter dat de prijzen, zoals de reisgids zegt inderdaad heel flexibel zijn, een beetje leegte geeft ons zo 30% korting op het vorige hotel en een zwembad voor de kinderen en ons zit er ook nog eens bij. Natuurlijk vragen we altijd en is het in onze monden bestorven “Is there any discount?” Als je langer dan een dag blijft zijn er vaak genoeg mogelijkheden.
Hoe een Maleisiër eruit ziet is echter de grote vraag de bevolking bestaat voornamelijk uit drie grote groepen die zich qua uiterlijk onderscheiden; Maleisieërs (de Maleiers), Chinezen en Indiërs. De Chinezen spreken dan Hokkien, Mandarin, Cantonees etc. De Indiërs spreken dan ook weer vele talen en dan is er ook nog het onderscheid dat sommigen mohammedaans zijn en andere weer de hindoe-religie aanhangen. Het gevolg van dit alles is dat op alle plekken waar we tot op heden geweest zijn fantastisch en divers kunt eten voor weinig geld (1 tot 2 euro pp.). Onze favoriete plek tegenover het hotel heeft een 24-uurs keuken waar je de tandoori-keuken, maar ook nasi kandar- rijst met diverse gerechten uit Zuid-India- in een soort van buffet kan eten. Evengoed serveren ze Maleisisch eten, wat veel weg heeft van Indonesisch eten en hebben ze een heel scala van Chinese miegerechten. Je kan het hebben zoals je wil, semi-zelfbediening, a la carte, in de airco of op het terras. En niet te vergeten een frietje mèt kan ook nog, tot grote vreugde van de kinderen. Naanbrood, roti’s , niet hete nasi goreng, bami en loempia’s vinden ook gretig aftrek. Erg prettig dat niet alles pittig is en dat we vele gerechten ook desgewenst niet pittig kunnen laten maken. Er is wel een maar, er is geen alcoholische drank in ons restaurant, en een Duitse gast zagen we daarom ook vertrekken. Alhoewel er op Cenang Beach, het belangrijkste strand, vele toeristen zijn, is het eiland niet overspoeld met toeristen, het is ook behoorlijk groot. Men zou graag meer toeristen willen hebben maar het is niet helemaal van de grond gekomen, gelukkig maar. Een rondje eiland is al gauw een 150 km. Bij de vele prachtige stranden sta je soms te kijken en vraag je je af of er überhaupt toeristen zijn. Tanjung Ruh moet voor ons van het oogverblindendste wit zijn dat we ooit op een strand gezien hebben.

De Telaga Tujuh foutief vertaald in de Seven Wells, zijn echter poelen en geen bronnen in een rotsschild. Dewi en Isabel ontdekten al gauw dat je mogelijkheden had om langs de rots te glijden van de ene poel in de ander. Verderop wordt de rots steiler en gaat over in een waterval. Op de foto zitten met zijn allen in de laatste nog veilige poel en in de verte waar het oerwoud ophoudt en de zee begint zijn nog net wat kokospalmen bij het strand te zien.

Voorafgaand aan het bad boven is er wel een flinke tippel, een trap op door het oerwoud met onderweg nog de waterval, waar de woudreuzen soms voorzien zijn van bordjes en merbau opeens niet alleen maar een soort parket is. En natuurlijk ook hier apen. Een dagje met de auto erop uit werden er gauw twee. Een rustig eiland, veilig om te rijden en de huurprijs is nice, voor een tientje per dag zoveel moois kunnen zien. Een boottour langs eilandjes bracht ons bij Dayang Bunting waar een zoetwatermeer allerlei vruchtbaarheidsverhogende kwaliteiten wordt toegeschreven. En waar het op zijn Hollands lekker zwemmen in de plas is. De zeearenden die we bij aankomst al zagen, zien we opeens van heel dichtbij, op een vaste plek voert men ze en dan zijn deze prachtige witbuik-zeearenden opeens bijna aan te raken. De enige angel in dit verblijf zijn de twee zeeëgel stekels, tijdens het snorkelen, die gelukkig niet al te diep zitten.
