14. Spoorweg
14. Spoorweg
'Dam' pikt ons op bij ons motelachtig hotel bij de airport. Zijn taxi is groen, niet te missen en er staat 'Long Live the King 'op, Toyota. Hij heeft een kuifje en meestal een zonnebril op en is ergens in de dertig, hij is opgeruimd en praat rap Engels. Hij is stil als hij het niet weet in het engels. Hij zegt, I don't talk good English, thank you for understanding me, cause I go 'tjep-tjep-tjep'. Elke keer onderweg als Roos in het Nederlands iets uitlegt aan de kinderen over waar we het over hebben zegt hij, now she tells the children, very good, very good your wife. Hij heeft ook twee dochtertjes.
'Dam' is zijn bijnaam, betekent zwart, in de zin van zwartje. Een naam die hij prima vindt, kort, catchy, makkelijk voor buitenlanders en ook wel stoer. Call me 'Black'. Hij is oorspronkelijk van het zuiden richting Maleisie, dus donkerder niet zoals zijn vrouw die meer Chinees-Thai is, typisch voor Bangkok. 40% van de inwoners van Bangkok zijn Chinese Thai.
De volgende ochtend zien we hem weer, we hebben een deal en gaan we enkele musts in de buurt van Bangkok doen. Toch nog meer dan 100 km verder. De drijvende markt en het er dichtbij liggende olifantenpark. Dewi heeft er al over gelezen. Isabel en zij staan te popelen.
Beide attracties zijn interessant, maar toeristenvallen.
Betaal je al een zeker voor hier, een godsfortuin voor een boottochtje van krap een uur, (veertig euro, 4 personen) gaan ze toch nog langs meerdere drijvende souvenirkramen.

De rit op de olifant van een uur is een ervaring, beetje zeeziek-achtig en de kaartjes ook weer extreem duur. We zien apen in pakjes, en besluiten maar niet naar de apenshow te gaan. Het riekt wel een beetje naar exploitatie van mens en dier. De olifantendrijvers huizen in hutjes aan de rand van het terrein, Dickensiaans. Oliver Twist is om de hoek.

Buiten toeristische attracties is het goedkoop tot zeer goedkoop te noemen in Thailand, ietsje duurder dan Indonesië, maar meestal van betere kwaliteit. De wegen zijn prima, veel snelwegen. We rijden vaak 120, een snelheid die we nooit gehaald hebben in Indonesië, of de weg laat het niet toe of er is file of beide.
De ruimtelijke indeling is anders. Flinke huizen op geruime afstand van elkaar op het platteland. Grote lege stukken, niet dat idyllische, huisjes bij elkaar, straatverkoop, marktjes, straatleven. Niet al te veel mensen op straat, zeker niet als in Indonesië, waar je heel veel straathandel hebt, zelfs elk dorp heeft al veel straathandel en mensen op straat. Straatventers hier hebben vaak motorfietskarren, in Indonesië. gaat het op de fiets, handkar, met een juk of boven op het hoofd. Daar heb je enorm veel motorfietsbrommers 100cc. Hier zijn er meer auto's, vierbaanswegen, is het veel rustiger op de weg. Zeggen ze verkeer is druk in Bangkok, laat me niet lachen, in Jakarta is het murder. Uiteraard is Indonesië duidelijk armer en voller, 100 miljoen mensen op Java, zo'n 3-4 maal Nederland. Heel Thailand heeft 60 miljoen mensen.
Er is een plek waar ik graag naartoe wil, zelfs bijna moet, maar hoe? Het hele oponthoud van de heenreis naar Thailand heeft zoveel tijd extra gekost en op 22 december moeten we op het adres van het hotel in Hua Hin zijn.
Het is de Birma-Railroad, de dodenspoorweg, die de Japanners lieten aanleggen door hun krijgsgevangenen en nog meer koelies om hun troepen richting Birma te krijgen en uiteindelijk in India. Voor deze spoorlijn moesten ze ook de brug over de River Kwai aanleggen, een loodzware en voor vele krijgsgevangenen een fatale onderneming. E.e.a is niet gelukt weten we nu. Er is een vrij goede Oscar winnende film met dezelfde naam van, hij is voor nu misschien wat traag, want in de jaren zestig opgenomen. In het echt was het erger.

Ik moest er voor mezelf naar toe, zoveel ooms hebben daarop als krijgsgevangene gewerkt, zowel van moeders als vaders kant. Vrijwel allemaal zijn ze nu overleden, maar als vrije mensen in Nederland. Ze waren meestal dienstplichtig, jonge jongens, rond de 18. Mijn vader was iets te jong, hij werd niet gemobiliseerd, hoefde niet het KNIL (Koninklijk Nederlands Indisch Leger) in. Zijn goede vriend en latere zwager (oom) wel, die was iets ouder, werkte later in de steenkolenmijnen van Nagasaki, Japan. Alles beter dan de railroad.
Een oom, neef van moeders kant, ontvluchtte. Iets wat bijna als onmogelijk werd gehouden. Hij werkte later als tolk voor de Britten, hij had Thai leren spreken.
Het KNIL capituleerde en iedereen was krijgsgevangene. Ik probeer Dewi uit te leggen wat dat is krijgsgevangene. Over wat ze je allemaal aan kunnen doen, ben ik heel vaag. Je vecht voor je land, jouw leger verliest en dan ben je gevangene, omdat je deed wat je deed, vechten als
soldaat.

Het is een zwarte bladzijde bij vele Nederlandse en Indisch-Nederlandse families. Er is geleden, er zijn doden en erger nog vermisten. Bijna was het niet gelukt om de brug over the River Kwai te zien, maar dankzij Dam, die zei dat hij dan het programma iets zou wijzigen is het wel gelukt. No problem, you want, we can do.
De taxi zet ons af bij een treinstation twee uur boemelen noordelijk van de brug. Er is een toeristenmarkt, het is een plaatsje van niets. Het heet Saphan Tam Krasae, de brug bij Tam Krasae. De toeristenbussen zetten hun mensen hier op de trein en halen ze een halte verder op.
De Thai zijn heel bescheiden, je kan ze gewoon iets vragen. Ze verkopen behalve gewone souvenirs ook edelstenen o.a. robijnen, saffieren uit dit grensgebergte met Birma. Willen ze wel wat verkopen? We kopen een bosje orchideeën.
De meeste rails zitten met grote nagels in de bielzen en niet met moeren. Ze zijn erin gebeukt met grote hamers.
De trein loopt hier spectaculair over een brug langs een rotswand, beneden maakt de Kwai een bocht en liggen er wat woonboten van een hotel. Het is wildernis, maar geen tropische stomende jungle, het is al een tijdje droge tijd lijkt het.
Verderop iets over het spoor is er in een flinke grot een tempel. Er is een altaar en een gouden zeker zes meter hoge Boedha. Hij heeft een lelijk lang en mager gezicht met diepe plooien, hij lijkt zelfs wat Westers. Ik weet wat ik moet doen van Dam. Er staan bloemen en de orchideeën kunnen erbij.
De trein is een normale stoptrein vol met lokale Thai en dagjesmensen, een heel enkele Westerling. De River Kwai en omstreken is een geliefde bestemming geworden, lodges, huisjes en hotels, maar ook voor een dagje uit het is vandaag zondag.
De brug blijkt niet in de jungle te liggen, zoals de film ons wil doen geloven, maar met haar ene einde in de stad. Net zoals de brug in Deventer of de brug bij Nijmegen. Er zijn drijvende terrassen, rondvaartboten, gedenkplaquettes. We lopen van de treinhalte River Kwai over de brug heen en terug net als veel anderen ook doen. Treinen lopen er maar zes keer per dag.
Tegen mijn plannen in ga ik toch het ereveld op, we moeten er met de auto toch langs. Ongeveer drie-tiende zijn Nederlandse graven de rest zijn Amerikanen, Engelsen en Australiërs. Voor de talloze omgekomen Aziatische werkkrachten is er geen ereveld, volgens mij niet eens een gedenkteken.
Dewi loopt voor me uit. Kijk paps, deze is nog jonger dan opa. Geboren in 1925, overleden in juli 1945. De oorlog was toen al afgelopen in Nederland. Zou het een beroepsmilitair zijn geweest?
Ik denk niet dat mijn ooms of de jongens van de werkploegen er bezwaar tegen zouden hebben, dat de touristen hier de vele Thai een bestaan en een leven geven.
Een mooie kerstgedachte, kerstmis staat immers voor de deur.
13. Onverwachte Nachtreis naar Bangkok
Onverwachte Nachtreis naar Bangkok
Het uitzicht zou industrieel Miami, Los Angeles, New Orleans of zelfs een stuk industrieel Amsterdam West kunnen zijn, als je een verre palmboom wegdenkt. Meerdere hoge snelwegen en een trein of metrobaan op hoge betonnen pilaren. Een schoonheidsprijs verdient deze kennismaking bij daglicht niet. We zijn blij dat we er zijn, eindelijk Thailand.
Indonesië liet ons niet gaan. Eerst waren er de problemen, o.a. de bezetting van het vliegveld vanwege de politieke problemen kortgeleden. En Thailand als bestemming even op losse schroeven stond. Later werd onze vlucht van de ochtend verzet naar 's avonds. Als uitsmijter gisteren hebben we er tien uur over gedaan om alleen al weg te komen. Air Asia, onthou die naam. Eerst was er iemand niet op komen dagen, die wel ingechecked was en kon men vervolgens niet uitvinden wie het was. Toen we eindelijk in de lucht zaten bleek iets loos met het landingsgestel en moesten we na een kort halfuurtje onderweg weer terug naar Jakarta. Geluk bij een ongeluk, zoveel donuts als je kon eten en gratis avondeten. Air Asia is een low-cost luchtmaatschappij en alles, t/m een glaasje water, moet je betalen. Dollars of rupiahs hadden we niet meer bij de hand. In dit deel van de wereld is een dollar in noodgevallen nog altijd beter dan de euro.
Alle chaos, gewacht, spanning en honger/dorst ten spijt geen klacht van de meiden. Ook niet toen we om drie uur 's nachts, acht uur te laat, eindelijk in de hypermoderne airport van Bangkok aankwamen.
Gelukkig heeft al deze glimmende harde moderniteit de Thais hier niet wezenlijk geraakt, zoals ze een stel afgebrande reizigers op een vriendelijke en hoffelijke manier in no-time aan vervoer en een goede hotelkamer vlakbij het vliegveld hebben geholpen. En dat alles ondanks het tijdstip voor een heel schappelijke prijs. We zouden onze handen tegen elkaar willen doen, buigen en ‘Thank you' zeggen.
Voor Bangkok hoef je geen stadsplattegronden te kopen, ze gooien je op de airport en in hotels dood met uitstekende grote en gratis stadsplattegronden.
Jakarta mag ik niemand aanraden, vanwege onze verdere vlucht moesten we wel een nachtje doen. Alloua, een gestrande zakenreiziger die we tegenkwamen op het strand van Padangbai, Bali, zei 'Nobody wants to be in Jakarta'. In mijn korte broek uit Bali, waar iedereen ook de locals zo rondlopen, voel ik me even een boertje van buten. Pak (vader) is op vakantie? Men is vriendelijk maar men spreekt heel weinig Engels.
Na een woeste hobbelrit over de opgedroogde modder van de middenberm, met de hardrockende crew van een lokaal lijnbusje, blijkt dat de meegebrachte kip van de Kentucky Fried Chicken HOT is. Weet-ik-veel dat dit de normale smaak is in dit gekruide land. De grote stad is nooit saai, in Jakarta met zijn files horen bij een tweebaansweg nog twee banen, de berm en de middenberm.
Tot ziens prachtig Bali met je kunstzinnige en vriendelijke bevolking. Dat jullie altijd overvragen en flink aan kunnen dringen pleit voor jullie handelsgeest, maar van stelen of agressie tegen toeristen hebben we niets gezien of gehoord.
Een speciale groet voor de mensen van het Sanur strand, hoop dat de toeristen gauw weer komen met de Kerst voor de boottrip, massage, het eten en wie weet om het vissen op inktvis te leren. Ondertussen chill, vang een vis voor op de grill en blijf naar Bob luisteren, that is Marley. De eerste Derde Wereld Superster ooit.
12. Strandstad
Lovina, 8 december 2008
In Lovina was het vroeg, 5 uur op om dolfijnen te gaan zien en doof te worden, wat een herry maken die bootmotoren. De prauw, jukung met drijvers, was state-of-the-art, de kaptein Nyoman kundig en de motor van een grascyclomaaier was zo snel als die kon zijn. Ik heb op een gegeven moment proppen van een oude bon in mijn oren gestopt. Stuk of twintig dolfijnen gezien, best wel een beetje afwachten, zeker een half uur de zee op en heel wat rondvaren. Als er eentje gespot zou zijn, sprint het hele zooitje prauwen ernaar toe. Diervriendelijk, ahum? Maar we hebben ze gezien, de zilveren dolfijntjes van de Sint vanochtend voor de dochters hebben geholpen. Dolfijnen in het wild is wel heel bijzonder.

De volgende dag gaat paps vissen met dezelfde boot en kapitein. Krijg ik per ongeluk een enorme vis aan de lijn. Ik heb een half uur met een te lichte toeristenhengel met hem gevochten. De hengel stond hoepelrond. Of het een onderwatersofa was. Tuna, tonijn zei de visser van de huurprauw, zo aan het gedrag van de vis in de diepte. Had hem beter aan een dikke lokale handlijn op een dik stuk bamboe gerold kunnen hebben. Hadden mijn handen er zo uitgezien als van de kapitein Nyoman, met sneden erin, maar hij vangt er ook marlijnen, zwaardvissen mee en uiteraard tonijnen. De zwaardvissen met hun 65 kg en prijs van 20.000 Rupiah = 1,40 euro per kilo vertegenwoordigen een kapitale vangst voor de vissers van Lovina. Aan de Balinese kust is het gevecht tussen mens en grote vis nog steeds uit 'The Old Man and the Sea', met een haak en een lijn. Mijn tonijn komt uiteindelijk los. Zo is het ook in het leven, zegt Nyoman. Soms vang je heel wat en soms is het helemaal niets.
Het is hier echt komkommertijd, superlaagseizoen. Het roept wat associaties met Costa Brava op, uit een lang ver verleden. Alleen geen campings hier. Bungalowparkhotels en wel open luchtrestaurants zonder mensen met happy hour. Wel de Balinese culinaire specialiteit Ayam betutu gegeten, speciaal dag van tevoren besteld bij het hotelrestaurant. Heel lekker, ook voor de kinderen. Ze stomen de kip geheel gevuld met gehakte kruiden, duurt wel een uurtje of vijf zeggen ze.

Ons bungalowtje ligt op 15 meter van het strand, we kijken over de heg naar de prauw van Nyoman en naar de boom. Onder de boom zitten en liggen 'onze dames', af en toe komt er een heer onze kant op met de meest fantastische verhalen en wat souveniertjes. Vrij vaak kopen we wat, want ze verkopen soms niets op een dag. We nemen aan wat ze zeggen, het is erg stil met toeristen. Balinezen geloven erg in de eerste koop van de dag. Het kan het begin zijn van een succesvolle reeks verkopen. Met het ontvangen geld raken ze dan de rest van hun waar aan, tap-tap. En helemaal niets is vreselijk.Zo komen we aan twee zilveren oorhangers met parels, kweken ze iets verderop aan de kust. Nee, we hebben ze niet nodig, echt niet! Vijftigduizend (3,50) dan. Okay is goed, untuk rejeki, je mag ze hebben voor geluk.
Onze dames wonen hier, hun mannen zijn vissers. Hun huizen staan ietsje verder op het strand, ik mag hopen dat hier geen vloedgolven voorkomen. Meestal zijn die er niet, toch? Ze doen onze was en kopen op commissie fruit voor ons op de markt. Ze zijn ook kundige masseuses, souvenierverkopers, en 'middleman' voor de verhuur van brommers, transport, prauwen. In Bali sijpelt het gewone leven aan alle kanten het leven van de toerist binnen. Loven-bieden, lachen, converseren in onze lingua franca van Engels, gebroken Indonesisch en jazeker, Nederlands.
Lovina is een Nederlands bolwerk. De Nederlanders hebben er een neus voor, ze zitten 's avonds in de Bali Bintang (de Bali Ster), wij ook. Er is een Happy Hour, en heel uitstekend eten voor een meer dan schappelijke prijs. Het is er Hollands gezellig.
Kids Diary: Dolfijnen kijken
Geschreven door Dewi:
Ik werd 5 uur 's morgens gewekt door ons mobieltje. Wel erg vroeg. Maar je moet wel vroeg op om dolfijnen te zien. Toen we wakker waren, hoorde ik al good morning. We kleden ons snel aan. Tanden poetsen, plassen en handen en gezicht wassen. De kapitein van de prauw zat te wachten. We kregen een klein ontbijtje mee. Het duurde lang voor dat we dolfijnen zagen. Want je moet eerst een heel stuk van het strand varen. Maar toen zagen we ze. Deze waren bang. Er waren ook een paar bij die heel hoog gingen springen. Dat was mooi om te zien. Het leek wel een plaatje in een boek van dolfijnen. We gingen een stukje terug, om ons ontbijtje op te eten. En dan terug naar het hotel. Toen we terug gingen zagen we weer dolfijnen. Deze waren niet echt bang. Ze kwamen heel dichtbij de boot. Toen waren ze weg. We zijn heel tevreden. We hebben er ongeveer 20 gezien.



11. Onder de Vulkaan
Bali, Tulamben, 3 december 2008
(Foto's duiken: zie Fauna)
Het is even wennen, maar hier in het Puri Matha bungalowhotel in Tulamben, Noord Oost Bali, word je absoluut met rust gelaten na zeven uur ’s avonds. Er is gewoon niemand meer. Je hoort de golven die op de ronde keien van het strand spoelen. Is een stuk kust met keien van soms wel twee kilo en meer wel een strand te noemen? De kinderen spelen keukentje met al die keien.
Het personeel van het restaurant heeft zich na het betalen van de laatste rekening door ons uit de voeten gemaakt naar huis. De verse vis is geen tegenvaller, de ene keer tonijn, vandaag barracuda. De velletjes en vage stukjes vis zijn voor de typisch Indonesische kortstaartige kat.
Duiken en snorkelen is “the thing” to do hier. Er ligt hier een flink wrak, 100 meter lang, een Amerikaans vrachtschip vergaan in 1942. The Liberty. Werk van de Japanners in de Tweede Wereldoorlog, nu een topduiklocatie. De andere schaarse gasten waren Duitse duikers die een nightdive gaan maken. Veel Duitse scuba-liefhebbers en tüchtige Tauchhotels hier in Tulamben. Zouden ze een gutbürgerliche Küche hebben? Best wel okay na al die rijst.
Dertig slagen met de zwemvliezen en je bent bij het wrak. De eerste keer was overdonderend. Dewi aan de hand snorkelde ook mee. Ik wil terug het is eng, papa.
Honderden zilveren vissen dwarrelen om je heen, 30 cm groot, beneden je nog grotere, kleine blauw-neonachtige, nog meer vissen in een onvoorstelbaar divers palet van kleuren.

En dan de vormen, spelonken van het met sponzen en koralen begroeide wrak erbij. Harrison Ford aanzwevend met zijn karretje boven een futurische stad in Bladerunner, of was het Arnie S. in Total Recall? Nee, het zijn Dewi en haar vader met een roze en een zwarte snorkel. En ze zweven boven deze vismetropool.
Goed we gingen dus on the cheap in Padangbai waar we eerst zaten. De Topi-inn in Padangbai. Beetje hip, bamboe en houten gebouw, allerlei cursussen, Balinees dansen, klapperboomklimmen (beveiligd), MSG-vrij eten en hulde, echte cappuccino. Veel Nederlandse tijdschriften ook de Donald Duck. Aan de kinderen m.n. Dewi geen kind meer. Prachtig uitzicht over de baai van de eerste verdieping. Slapen was echter niet zo’n succes, bamboewandjes en gelegen boven de keuken, niet zo lekker als je koorts hebt.
Voelde me echter al een heel stuk beter de volgende dag en na het ontbijt vrijwel het eerste de beste luxehotel ingestapt, een duikhotel, deze hebben diepe zwembaden, want de duikende gasten moeten kunnen oefenen.
Padangbai is relaxed, een tropisch haventje. Net iets meer claim to fame vanwege de veerboot naar Lombok. Heel mooi snorkelstrandje, tussen rotsen, Blue Lagoon. Daar kan Dewi voor het eerst haar in het zwembad geoefende snorkelkunde proberen. Isabel gebruikt haar zwembrilletje en lift mee bij het snorkelen. Ze zijn helemaal opgelaten. Vlak bij de vloedlijn zijn er al ontzettend veel vissen, ze grazen lijkt het op de stenen en stukken koraalrots.
Nu we al eens iets gekocht hebben laten de verkopers ons ook meer met rust. Zie het maar als parkeergeld.
We hebben een soort omslagpunt bereikt, of misschien zijn we het een beetje zat. Buiten de echt grote toeristencentra zoals Zuid Bali en Ubud, meer in de kleintjes zoals Padangbai of hier in Tulamben, moet je voor alles onderhandelen soms is het ronduit belachelijk, wat men durft te vragen. Tot en met de laatste banaan moet je opletten .
We doen het toch maar en maken elk een eentanksduik. Uiteraard is dit onze kans, want het is bijna nooit dat je van 30 meter van de wal gelijk een wrakduik kan doen van een groot schip.
Enkele foto’s van deze expeditie zijn op de reislog te zien, want een leuke onderwatercamera was ook te huur. We hadden alweer jaren niet scuba gedoken.

Dit gebied Oost Bali wordt gedomineerd door de Gunung Agung (3142 m), waarlijk een grote berg. Ook in de zin dat deze actieve vulkaan diep ingrijpt in het leven van degenen die hier wonen.
Soms toont ze haar gevaarlijke almacht zoals in 1963, toen een deel van de top wegsloeg bij een reusachtige uitbarsting. Honderdduizenden verloren hun huis en land, en enkele duizenden verloren hun leven.
Aan de andere kant is er ook positiefs. Zo verwoorde een taxichauffeur het aan ons, sinds die tijd geeft ze ook bouwmateriaal voor vrijwel alles wat op Bali gebouwd wordt, al vele tientallen jaren lang. Dit is een droog en weerbarstig land, zo droog als de Extramadura in Spanje. In wat bewerkte veldjes komt de jonge mais al op, in de asgrijze bodem.
De moesson trekt van West naar Oost en dit gebied ligt in de regenschaduw van de Gunung Agung.
Ali Putu die ons hier bracht zei “BTN”.
“Hoe bedoel je?”
“Better Than Nothing!”
Kids Diary: Sinterklaas op Bali (Benoa Harbour)
Kids Diary: Sinterklaas op Bali
Foto's: zie cultuur
Geschreven door Dewi:
Het is wat raar, maar wel waar. We zijn naar de Sinterklaas verwelkoming geweest. Het was heel leuk. Achter het restaurant was een haven en daar kwam de Sint aan. Er was een podiumpje met de stoel voor Sinterklaas. Voor het podium lagen kleden om op te zitten.
Een piet had het grote boek verstopt en wist niet meer waar die lag. Weet je waarom die piet het boek had verstopt? Omdat hij vond dat de kinderen te verwent waren door hun ouders. Maar niemand was het met hem eens. De piet in opleiding vond het boek. Hij moest alleen nog één opdracht doen voordat hij een veer kreeg. Dat was zingen met 3 kinderen. Aan het einde kon je iets geven aan de Sint of op de foto of gewoon iets tegen de Sint zeggen.

Kids Diary: Balinees Dansen (Bali, Padangbai)
Kids Diary: Balinees dansen
Foto's: zie cultuur
Geschreven door Dewi:
Het dansen was leuk en moeilijk. De echte lerares kon niet. Dus we kregen les van iemand anders. Een jong meisje. Het is moeilijk te onthouden. Een beweging die steeds terug kwam ben ik al vergeten. Jammer is dat. Maar ik oefen elke dag. Het zijn sierlijke bewegingen. Moeilijk, maar mooi.

Kids Diary: Monkey Forest (Bali, Ubud)
Kids Diary: Monkey forest
Foto's: zie Fauna
Gedicteerd door Isabel:
We zagen heel veel apen. Er leven 400 apen in het bos in Ubud. Er was ook een heel klein baby aapje, deze was heel klein. En hij was kaal. Weet je hoe ze de apen noemen? Ze noemen de apen monkey's, de Engelse naam. We zagen ook aapjes die gingen duiken en onder water zwemmen. En sommige apen lieten zich vallen bij de stok.
Geschreven door Dewi:
Er waren heel veel apen. Al bij de entree waren apen en daar was ook iemand die bananen verkocht, die je aan de apen te eten moest geven. De apen zaten soms boven je in de boom. Soms vielen er dingetjes naar beneden. Die gooiden de apen naar beneden. Bij het vijvertje was het grappig. De apen zaten elkaar achterna, klommen elkaar achterna op de tak en de één moest zich laten vallen en plents plonts. De aap viel in het water. De anderen keer was het slechter weer. Dus toen deden ze dat niet.
