Kids Diary: Snorkelen bij de Blue Lagoon Beach
Kids Diary: Snorkelen bij de Blue Lagoon beach
Foto's: zie familie
Geschreven door Dewi:
Wij zijn drie keer naar de Blue Lagoon Beach geweest. Elke keer gingen we snorkelen. Dit was heel leuk. En we zagen heel veel visjes. Soms waren de vissen dichtbij de kust, soms moest je wat verder gaan om meer vissen te zien.
Papa en ik gingen de laatste keer heel ver snorkelen. We kwamen vlak bij de bootjes. Papa en ik gingen de vissen brood geven. Toen kwamen ze op het brood af. Volgens papa vallen ze op Aruba aan en worden ze agressief. Maar hier niet. Papa heeft ook gezegd dat ik niet het koraal moet aanraken. Omdat dat brand net als brandnetels. En hij heeft mij ook koraal laten zien. Dit was hertshoornkoraal en brandkoraal. We zagen ook bijzonder koraal, aan de zijkant leek het blauw lichtgevend. Er was ook een hele mooie vis met een tuitmondje en een lange vin en zijn kleur was helderder dan van de andere vissen.
Gedicteerd door Isabel:
Ik en papa hadden heel ver gesnorkeld. Ik had geen snorkel maar wel een zwembrilletje. We zagen heel veel visjes, iets van 2 miljoen. Wij zagen ook de papagaaivis. Hij is kan in kleuren veranderen, in rood, blauw en grijs en paars en groen.
Ik ging ook liggen op mama´s rug, want ik kon niet staan in het water.
10. Van de zee naar de heuvels op Bali
Ubud
Bijna 2 weken op Bali en al 2x verhuisd van Nusa Dua in het uiterste Zuiden naar Sanur ook aan het strand bij Den Pasar en dan nu in Ubud noordelijker in het binnenland, evenwel ook maar een uurtje van Sanur.
Het strand van Sanur vinden we geweldig, prauwen en vissers en hun vangst en veel Balinezen die daar een beetje rondscharrelen/chillen. Op zaterdagavond met zonsondergang hadden we echt het gevoel, waar zijn die toeristen nu? Ze hangen bij de pool. Hier in Sanur zijn de Nederlandse invloeden evenwel groot. Je wordt vaak in het Nederlands aangesproken, er is een Hoek van Holland tour-verkoper en een Amsterdam Cafetaria met kroketten van Kwekkeboom. Ach, globalisering.
Goed ding in Sanur, je hebt hier de Hardy's, een soort V & D met veel souvenirs echter ook met grote supermarkt-fantastisch aanbod tropisch fruit. Handig ook als jezelf een keuken hebt, zoals wij in Nusa Dua. Het liefst zou ik zelf koken. Ik had/heb al vrijwel een maand, op en af, last van maag en darmen en ook Dewi (zelfs onze gids op Java, hij haakte af). Deze tijd met veel regen en de hitte is natuurlijk paradijs voor de 'bugs'. Antibiotica gebruikt.
Hardy' Sanur heeft elke avond gratis dansvoorstellingen, beter dan we gezien hebben voor dure dollars in het verleden. Waarom zie ik daar niet meer Nederlanders? Grote bezetting 20-40 mensen in de Kecak (apendans) en Barong met gamelan orkest. Ze doen gewoon hun best al is het voor tien mensen. Sponseren grote banken ook niet het Concertgebouworkest, nou dan?

Nu bellen de meiden via de huistelefoon op. Hallo, we komen eraan (de meiden slapen in de kamer bij oma). We zetten dan de laptop aan, de connectie met de WiFi doen ze zelf. Halfwakker horen we, en Sinterklaas wat vindt u van Almere? Sint: 'Er is over nagedacht'. De Sint kan alle kanten op (dacht het wel, alleen weinig schoorstenen...). En Dieuwertje Blok is er ook, alleen het geluid hapert soms, de meiden maken zelf de zin af. Ze hebben vanavond een e-mail naar Sinterklaas geschreven, of hij hier ook langs komt.
Onze Sint zal in Almere niet voortdurend te horen krijgen: taxi, transport? Er moet hier in Ubud een heel opleidingscentrum voor taxichauffeurs zijn. Heel vermoeiend dat geroep, we zitten aan een soort Kalverstraat en lopen meestal niet verder dan het schuin tegenoverliggende restaurant, kruidenier of flappetap.
In Ubud komen California en het Verre Oosten bij elkaar. Tropische New Age. Zou Patty Brard hier ook ontslakt kunnen worden? Het is er nu stil, dit is laagseizoen. Hoop dat er nog een beetje seizoen voor ze komt ook, gezien credietcrises en olieprijzen.
Ze zijn best vriendelijk hier, maar zodra je je bord leeg hebt, halen ze het zo snel mogelijk weg. Niks natafelen. Hier heb je elders, op Java, totaal geen last van. Dus toch Amerikaanse invloeden?
Meestal 's morgens gaan Dewi en Isabel naar 'school', naar Juf Roos, en zeker 2 maal daags duiken we in het zwembad. Bali kan erg warm zijn.
De meiden willen absoluut niet naar het naburige eiland Lombok. Want ze hebben gehoord dat het nog warmer is dan Bali. Onze chauffeur van Java wilde geen minuut langer dan nodig was op Bali zijn, te warm. Hij woont in het relatief koele Bandung.
Ons hotel ligt aan de Monkey Forest Road. Niet zo maar een intrigerende naam, maar een straat die heuvelafwaarts echt naar het apenbos voert. Nog op straat zelf zie je de eerste apen al op zoek naar toeristen met bananen. Ook plundert een grote mannetjes aap de dagelijkse offerbakjes die de Balinezen voor de winkel neerleggen. Buiten bloemen en wierook bevatten deze bakjes soms wat rijst, koekjes of snoepjes. Immers, goden moeten ook wat te eten hebben. Apen zijn heilig, ze zijn immers bondgenoten van het goede in het Hindoestaanse Ramayana epos dat over heel Bali nog dagelijks gedanst wordt. In het later Mohamedaans geworden Java dansen ze tot op de dag van vandaag nog steeds hetzelfde epos.
Ook danst men de Kecak, de apendans in feite een onderdeel van de Ramayana.

Ietsje verderop, onder de schaduw van enorme dikke bomen, velen bedekt met lianen, zijn er apen rond de vijver. Kom je dichterbij dan zie je dat apen erin rondzwemmen en een enkele zelfs onder water zwemt. Ook klimmen ze op een kale boom boven het water en proberen elkaar in het water te gooien. Sommigen vinden alleen apen eraf gooien leuk,die zijn nog droog en andere zijn drijfnat, die vinden in het waterliggen kennelijk het einde.
Kids Diary: Isabel leert tellen
indonesies
0= kosong
1= satu
2= dua
3= tiga
4= empat
5= lima
6= enam
7= tujuh
8= delapan
9= sembilan
10= sepuluh
11= sebelas
Van isabel
Ik leer telen
Van oma
engels
0=ziro
1=wan
2=toe
3=trie
4= vor
5=vijv
6= siks
7= seven
8=eet
9=nijn
10= ten
11= eleven
Ik leer telen
Van mamas
9. Het Java van de plantages
Kalibaru 6/11/2008
We zijn onze gids kwijt sinds gisternacht. Dadang kwam ons rond een ophalen voor de tocht naar de Bromo om te melden dat hij niet meeging voor de rest van de reis, hij was te ziek. Ik wist dat hij last had van zijn maag met bijkomende misselijkheid en hoofdpijn, hij liet me immers de vijf medicijnen zien die hij van de dokter had. Toch waren we, Roos en ik even bang dat Didin ziek was. Dat was pas echt een ramp geweest, geen chauffeur.
Dadang hebben we bij zijn hotel afgezet en ons en hij had Didin uitvoerig ingelicht over de gang van zaken bij de Bromo tour en het vervolg naar Bali. We hebben hem het resterende geld betaald en nog een extra dag als fooi. Best wel jammer zo, maar voor dit laatste stuk via Kalibaru in Zuid-Java tot Bali hebben we eigenlijk niet echt een gids nodig.
Een tocht naar de Bromo is best wel afzien. Dewi had het zwaar te lijden, ze heeft nog steeds diarree en voelt zich nog steeds slecht. Neem dan ook nog de kou en het vroege opstaan twaalf uur ’s nachts en de ellende is compleet.
Van Dadang’s verhaal hoe alles zou verlopen, hadden we eigenlijk niet zoveel begrepen.
Uiteindelijk zijn we er uiteraard achtergekomen een heel avontuur die Bromo eerst met een jeeptour door het holst van de nacht waar we eerst een half uur in de nacht op de pasar van Tosari hebben staan wachten , tot een passerende jeep ons doorverwees naar het huis van Pak Rio en zijn Toyotalandcruiserjeep van zeker 15 jaar oud. Hobbel de hobbel into the night. Later bleek over de rand van de enorme krater naar de zandzee. Half wagenziek worden we aangeklampt door hordes paardenverhuurders. Gelukkig hadden we een all-in prijs met Pak Rio afgesproken een Hindoe, hij heet dan wel Pak (vader) maar is eigenlijk een jonge jongen. De Tengerezen zijn de laatse Hindoe’s van Java, en indertijd door de Islam verdrongen naar deze uithoek hoog in de bergen, de rest van de Hindoes is naar Bali gevlucht. Ze zijn ook anders van uiterlijk dan de meeste Javanen, scherper en fijner in hun gezicht. 
Ondanks de vele toeristen is het heel surrealistisch in het licht van de opkomende zon, de ruiters op hun felle paarden in de zandzee, de kraters van de vulkanen, rookwolken uit een verre vulkaan.
Kalibaru’s claim to fame is dat het halverwege als pleisterplaats tussen Surabaya en Bali ligt en wordt aangedaan door veel Nederlandse touroperators omdat er redelijk goede accommodatie is voor groepen. Je komt eerst over een hoog gelegen pas met oerwoud en koffieplantages en beneden zie je een oud stationnetje. Dit is het land van de cultures, de plantages koffie, rubber en tegenwoordig cacao. Alles is ook heel dichtbij het agrohotel Margo Utomo, dat zelfs aan de andere kant van het spoor bij het station ligt. Ze hebben melkkoeien, kokospalmen en een koffieplantage. Ook kuier je zo naar de sawah’s, de pasar, de markt van het dorpje en de ingang van een grote cacaoplantage Jatirono. Bijna nergens ken ik een plek die zo plattelands Indonesië binnen 5 minuten lopen bij elkaar brengt.
Op de cacaoplantage 5 km verder ligt ook een schat, een stuwmeertje met koel helder water tussen de bomen en een watermolen. Er zijn wat voorzieningen bijgekomen, schone toiletten, een gebedsruimte, een primitieve duikplank, een warung, een winkeltje annex eethuisje. Veel gidsen kennen het niet eens, ik laat het de chauffeur zien. De prijs van het paradijs 21 cent p.p.

8. Naar Wally's geboorteplaats
Malang 4/10/2008
Onze kans gemist om met een bekende Nederlander, nee niet een, maar maarliefst twee op het buitenterras van het Graha Chakra Hotel het e.e.a te schrijven. Komen we thuis niet vaak een BN-er tegen hier zijn Sandra Reemer en Jaap Jongbloed life en ver van huis aanwezig met een crew.
Kinderen moesten naar bed en gedoucht en de TV moest uit, Wilbur, over een varken, een spin en een rat die praten.
We zitten vandaag weer bijna 8 uur in de auto gezeten en wat hebben een klein uurtje doorgebracht bij de plek of wat er van over was geweest waar ik de eerste zes jaar van mijn leven heb doorgebracht. De Alcohol en Spiritus Fabriek Wates bij Mojokerto in Oost Java. Dit is de schroeihete vruchtbare laagvlakte die West –Zuid loopt vanaf Madiun, vlak als een polder, waar traag Java’s langste rivier de Brantas door stroomt. Oma wilde niet uit de auto ze had “sakit ati”, hartzeer.
Wat ik via Google Earth al vermoedde en bang voor was, bleek ook zo te zijn. Twaalf jaar geleden stond het er nog. Nu was alleen de tennisbaan er nog met de belijning te herkennen. Weg zijn de statige jaren dertig huizen in koloniale stijl, weg zijn de grote regenbomen en de geschoren heggen van rode hibiscusbomen. Eigenlijk kon er aan Isabel en Dewi nog minder getoond worden dan een ruïne. De fabriek staat er nog, nou ja, de muren.

Vlakbij liepen we per ongeluk een kroepoekfabriekje binnen, waar we uiterst vriendelijk werden ontvangen. En zelf nog het maken van kroepoek uit deegsliertjes mochten proberen.
Via een uur durende zwerftocht in Surabaya, met zijn tien miljoen inwoners troffen we een oud-collega van pa van de fabriek aan, Ari. Gigantische regenbuien, onze gids zegt we nemen de regen mee, overal waar we komen zijn het vaak de eerste echt harde buien van het seizoen, die begonnen zijn.
Pal voor ons ging een motorrijder onderuit, gelukkig rijdt niemand hard. Ze krabbelde gelukkig ongedeerd op
Hij is al een oude man voor zijn 71 jaar. Hij woont in een klein gedeelte van zijn huis, dat hij verhuurt. Met het ter ziele gaan van de fabriek is ook zijn pensioen vervlogen.
7. Hotel op de berg
Sarangan 2/10/2008 (bij Madiun, Midden Java)
Vanochtend bij de Hindoestaanse Prambanan tempel was het echt schroeiheet en vochtig. Dewi was al niet zo goed bij vertrek, die bleef dus met oma onder een boom. Ze heeft last van haar maag. Juist zij die niet zo van dat vreemde eten is en een boterham met kaas prefereert boven al die exotica.
De Prambanan is een mooie slanke tempel met prachtige friezen op de muren, ook de Borobudur, die van boeddhistische oorsprong. De hitte en de scholieren maakten dat we snel wat plaatjes schoten. Die scholieren die er bij bosjes rondlopen, willen maar een ding, een toerist. Voor het weekend krijgen ze, denken we, allemaal bij Engels een opdracht. Zoek een toerist en oefen je Engels, laat die een formulier voor je tekenen. De scholieren laten voor zichzelf ook een foto met de toerist maken, heel vaak met hun mobieltje. Kijk eens ik heb een toerist gescoord, mooi niet?
De scholieren zijn wel prettiger dan de verkopers rond de Borobudur, die maar volhielden. Isabel zei ‘ik word er gek van'. Uiteindelijk heeft een enkele wel succes, dat weten ze natuurlijk ook. In dit land met 40% officiële werkelozen nemen we het ze niet echt kwalijk, maar soms wordt je er echt gek van. Rond de Borobudur kijk je op enorm veel groene palmen waaruit ze optorent en iets verderop rijst een gebergte op. Dit kennen we van nabij omdat we er met de auto door kwamen.
Yogya, ook daar in de buurt, was leuk en gezellig. Het ligt overigens in de laagvlakte, je kan er een fiets huren. Het lijkt op Amsterdam, er zijn studenten, veel toeristen, veel schone kunsten: dans, wayangspel, zilveredelsmederij en een Koninklijke hof, de Kraton. Hier resideert de Sultan van Yogya. En uiterst belangrijk in Yogya is er, en dat zullen de meiden beamen, een zwembad in het werkelijk voor zijn geld erg goede Duta Garden Hotel.
Yogya is een must voor elke tour over Java. Solo van vandaag, iets verder naar het Westen, heeft ook veel te bieden, heeft o.a. ook een kraton, Sultanshof, maar is veel rustiger.
In de schaduw van het entreegebouw zit ik met Dewi. Suparman zit er ook. Hij verkoopt kranten, landkaarten en woordenboekjes. Als hij ziet dat ik, Wally, niets wil kopen komt hij maar een praatje maken. Zijn kinderen gaan naar school en dat kost geld en daarom ‘zoekt hij geld'(jari uang) in de stad, dit is wat hij doet. Bij het weggaan koop ik een woordenboekje zonder afdingen.
We hebben de sultan Hamenku Boewono de 9e op de foto! Met zijn T-shirt aan (zie foto cultuur).
Hotel Sarangan kijkt op 1500m hoogte op een meer uit. Vroeger in de koloniale kwamen de Nederlanders uit aanpalende grote stad Madiun hier om te letterlijk te ‘chillen', al is er een open haard. Als enige gasten zitten we in de grote zaal te dineren en worden bediend door een vriendelijke oude man in een witte pyama met een zwart hoofddeksel (Pak Bedjo).
Daarna spelen we pingpong in de bar en wordt het Ave Maria als achtergrondmuziek gespeeld. Ja, weet men veel.
Pak Bedjo zorgt ook voor koffie en thee op de kamer, paraplu's van het huis in de heftige regen, veegt de insecten van de veranda, is dienstbaar, maar niet gedienstig. Een ware butler.
De oude kolonialen wisten wel waar het prettig verpozen was en overal zijn er nog, in de diverse gebergten van Java, van deze bergoorden in diverse staten van doorleefd/afgeleefdheid te vinden.
Desgewenst dient Pak Bedjo je ook een full European dinner op, met gedekte tafel en volledig couvert. Waarbij hij je discreet je glas bijvult (zie foto familie).
Kids Diary: Liedje geleerd van Dadang
Kinderliedje:
Satu Satu
Satu, satu, aku sayang ibu
Dua, dua, aku sayang bapak
Tiga, tiga, sayang adik kakak
Satu, dua, tiga, sayang semuanya
Vertaling:
1, 1, ik hou van mijn moeder
2, 2, ik hou van mijn vader
3, 3, ik hou van mijn broertje, zusje
1, 2, 3, ik hou van iedereen
6. Roadtrip door het Zuiden
Baturaden 31/10/2008 (Bij Purwokerto, Midden Java)
Niets is wat het lijkt in Indonesië, gisteren kwamen we hier ’s avonds aan, gaar van de lange reis leek het wel nacht, maar het was pas zeven uur. Het hotel leek me voor Indonesische maatstaven vrij luxe, dat is het ook. Er is een koelkastje, maar daarentegen geen airco, het ligt vrij hoog hier en is dus koel. Ondanks de luxe uitstraling zijn de gevlochten zittingen van de stoelen door, en komen de dwars-steunen tevoorschijn. Rechts vanaf de achtergalerij kijk je tegen de achterkant van huizen aan die met de voorkant aan de weg op een helling staan. Wow, denk ik een regelrechte krottenwijk, evenwel dit is niet zo, er staan enkele enorme satellietschotels op de daken. Bovendien, dit is de achterkant en waarom zou je je broodnodige geld aan een achterkant van een huis spenderen. Veel Indonesische huizen staan aan de weg, daarlangs lopen ook de meeste voorzieningen, water, licht. En omdat het gebied waar we langs lopen meestal heuvelachtig is, hebben ze ook een beneden verdieping. Een soort van dijkhuis.
Dewi en Isabel waren geweldig, ze hebben wel 8 uur in de auto gezeten, en ze hebben liedjes gezongen en foto’s gemaakt. Dadang vertelt ze verhaaltjes en samen met ons leren ze tot tien tellen in het Indonesisch en Indonesische kinderliedjes. In Kampong Naga lopen via een heel stel trappen een halve kilometer vanaf de weg naar het dal waar het dorp is.
De mensen van Kampong Naga (bij Garut), zijn Sundanees en zijn bewust traditioneel en hangen een bepaalde richting van de Islam aan. Ze zijn zoveel mogelijk zelf voorzienend en gebruiken geen machines, ook geen karbouwen om de ploegen te trekken. Ze hebben wel radio’s op accu’s, die ze na twee weken weer op hun rug naar de ‘buitenwereld’ het dal uit zeulen om opgeladen te worden. Roddi, onze gids, laat ons hun rijstvelden zien o.a. zwarte kleefrijst die twee oogsten per jaar geeft. Ze hebben ook visvijvers waar ze gurami’s en ikan mas, een soort goudviskleurige karper, houden. Hun rijstvoorraadschuur staat boven op een visvijver zodat ook alle eetbare afval en restjes voor de vissen is. Visteelt is heel belangrijk, dat zien we al vanaf Jakarta. Toerisme vult het inkomen van hun gemeenschap ook aan, ze zijn hier gespecialiseerd in vlechtwerk, ook hele mooie cowboyachtige hoeden. Jammer we kunnen bijna niets meenemen.
Isabel mag op Roddi’s rug naar boven. Bovengekomen wordt ze geknuffeld door een oude vrouw. Maar ze zijn hier nergens opdringerig, zoals we elders wel meemaken, ze willen je best wat verkopen maar als je het niet wilt even goed vrienden.
Als je geen mensen wilt zien moet je absoluut niet naar Java, ook niet in de stille gebieden. Langs de hoofdwegen zijn er altijd mensen. Vaak komen die naar je toe, om iets te verkopen, om je te bekijken, te bedelen, maar ook voor een praatje. Voor stilte kan je beter in je comfortabele Nederlandse huis op zondag een kopje koffie nemen.
Is Nederland groen te noemen, nu de regentijd net is begonnen doet het groen hier bijna pijn aan je ogen. Overal hier langs de Zuidkant van Java een overwegend agrarische streek zie je mensen aan het werk, je ziet ze planten, maar ook zie je ze oogsten. Dit is een ongelooflijk vruchtbaar land, ze hechten ook heel erg aan het land, dat ze alles geeft om te leven. 100 miljoen mensen op Java. In Nederland zijn we dit gevoel allang kwijt. Heel veel mensen vinden ook hun bestaan op het land, het valt me op dat ik geen machines zie, tractors, oogstmachines, wel grote groepen mensen, al die uren lang dat we op weg zijn.
Onze gids zegt het ook, de mensen aan de Noordkant van Java zijn rijker, maar hier aan de Zuidkant hebben ze het land, de ruimte. Hier wordt eeuwenlang het tempo nog bepaald door de paardentaxi’s, de dogkar (van het Europese dog car ) die je rond elke plaats vindt.
Alles is heel lokaal, kennen we thuis de Limburgse vla, de Bossche bol of Delfts Blauw, hier heeft iedere streek zijn specialiteit. Het kunnen koekjes zijn, vlechtwerk, batik, fruit, streekgebonden gerechten, dansen echt van alles. Onze gids vertelt ons er alles over en ook anekdote over de volksaard. Over de mensen van Tasikmalaya, die orthodoxe moslims zijn en als ze naar de grote stad gaan of kroepoekverkopers worden of renteniers (hij bedoelt geldschieters). Hoe dit te rijmen is met het beginsel van ‘halal bankieren’, waarbij je geen rente mag rekenen, vraag ik me af. Of over de mensen van Ciamis, die niet al te streng in de leer zijn en nog behoorlijk aan magie doen. Hun stad schoon houden en de meest correcte ambtenaren van Indonesië zijn. Kom je uit die streek en wordt je filmster of een BI (bekende Indonesier), dan wordt er al gauw gezegd dat een magisch amulet je daarbij geholpen zal hebben.
Als je iets hebben wil ‘better buy it fast’, zoals bijvoorbeeld tropisch fruit, rambutans, durians, mangistans vaak genoeg zeg ik , stop, stop fruit. Om de bocht van de straat kan het er wel al niet meer zijn.
De komende dagen zijn we waarschijnlijk niet meer op internet, er moet weer gereisd worden en internetcafe's zijn er niet (of de puf is er niet). Om met Schwarzenegger te spreken ' I'll be bock' .